Algemene plaatselijke verordening Dronten 2026 BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Paragraaf

Afdeling 6. Openbaar water

Artikel 5:23a

Begripsomschrijvingen

[vervallen, opgenomen in artikel 1:2 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:24

Voorwerpen op, in of boven openbaar water

[vervallen, opgenomen in artikel 2:57 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:25

Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen

[vervallen, opgenomen in artikel 2:58 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:27

Verbod innemen ligplaats

[vervallen, opgenomen in artikel 2:59 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:27a

Afmeren anders dan bij een aangewezen ligplaats door middel van stilliggen, ankeren, meren, of op enigerlei andere wijze met de vaste grond verbinden van een vaartuig

[vervallen, opgenomen in artikel 2:60 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:28

Beschadigen van waterstaatswerken

[vervallen, opgenomen in artikel 2:61 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:29

Reddingsmiddelen

Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 5:30

Veiligheid op het water

  1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Omgevingsverordening Flevoland.

Artikel 5:31

Overlast aan vaartuigen

  1. Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.

  2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Dronten 2026