-
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
-
bioscoopvoorstellingen;
-
schouwburg-, muziek- of theatervoorstellingen die plaatsvinden in een locatie waarop milieubelastende activiteiten worden verricht als bedoeld in de bijlgae bij de Omgevingswet en die zijn aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving en/of waarop de afdeling 22.3 van het Omgevingsplan van toepassing is;
-
voetbalwedstrijden, als bedoeld in artikel 2:26a, tweede lid;
-
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
-
het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
-
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
-
activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 (straatartiest) en 2:39 (exploitatie speelgelegenheid);
-
sportwedstrijden, georganiseerd door een bij de NOC*NSF aangesloten of door burgemeester en wethouders erkende instelling, die volgens door die instelling vastgestelde regels worden gehouden of gespeeld en worden gespeeld of gehouden in of op accommodaties waarover de organisator permanent de beschikking heeft.
-
Onder evenement wordt mede verstaan:
-
een herdenkingsplechtigheid;
-
een braderie;
-
een optocht niet zijnde een samenkomst, betoging of vergadering als bedoeld in artikel 2:3;
-
een festiviteit, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
-
een circus of kermis;
-
een vechtsportwedstrijd of -gala.
Algemene plaatselijke verordening Eindhoven BETA Foutje gevonden?
Inhoud
Paragraaf
Artikel 2:25
Evenementenvergunning
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
-
Onverminderd artikel 1:8 weigert de burgemeester de evenementenvergunning bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, als de organisator van dat evenement in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
3. Daarnaast kan de burgemeester een evenementenvergunning weigeren indien:
a. onevenredig veel beslag wordt gelegd op de hulpdiensten;
b. de persoon van de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop voor het evenement,
c. in de door de burgemeester en wethouders vastgestelde reserveringskalender evenementen al een reservering is opgenomen voor een ander evenement op de gevraagde tijd, locatie of in de directe nabijheid daarvan, of;
d. de aard van het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie of het evenement niet voldoet aan het locatieprofiel dat het college voor die locatie heeft vastgesteld.
4. Het college stelt nadere regels vast met betrekking tot de procedure, voorwaarden en criteria voor plaatsing op de reserveringskalender evenementen.
-
Het verbod geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994 en de Omgevingsverordening Noord-Brabant 2010.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
-
Bij de indiening van een vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
Artikel 2:25a
Beslistermijn
-
In afwijking van artikel 1:2 beslist de burgemeester op een aanvraag voor een evenementenvergunning binnen 16 weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.
-
De burgemeester kan de beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen.
Artikel 2:25b
Opheffing vergunningplicht
-
De burgemeester kan besluiten onder door hem te stellen voorschriften, dat het verbod zoals opgenomen in artikel 2:25 niet geldt voor een door hem aangewezen evenement, of categorie van evenementen, in de gehele gemeente dan wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente.
-
Het houden van een evenement waarvoor ingevolge een besluit als bedoeld in het eerste lid geenvergunning behoeft te worden verleend, wordt binnen vier weken voor de datum van de aanvang van het evenement, gemeld bij de burgemeester.
-
De burgemeester kan binnen tien dagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het eerste lid te verbieden.