-
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen of voor een eerste keer te knotten of te kandelaberen.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;
vruchtbomen, bestemd voor vruchtproductie, en windschermen om boomgaarden;
fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
kweekgoed;
houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:
ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;
ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal;
houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;
houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4.12c;
het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier onderhoud;
het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten;
houtopstand die wordt geveld als gevolg van de uitvoering van een (bouw)werk overeenkomstig een vastgesteld bestemmingsplan, een vastgesteld wijzigings- of uitwerkingsplan of een planologische toestemming als bedoeld in artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, waarbij bij de vorenstaande ruimtelijke besluiten is aangegeven welke houtopstanden dit betreft;
houtopstand, indien voor het vellen daarvan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist;
houtopstand met een stamomtrek van maximaal 45 cm (gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld) in door het college aan te wijzen gebieden, voor zover deze houtopstand niet valt onder de onderdelen a tot en met k van dit lid;
houtopstand met een stamomtrek van maximaal 95 cm (gemeten op 1,30 m hoogte van het maaiveld) buiten de op grond van onderdeel l van dit lid aangewezen gebieden, voor zover deze houtopstand niet valt onder de onderdelen a tot en met k van dit lid;
houtopstand, voor zover deze niet valt onder de onderdelen a tot en met m van dit lid, die dood is.
-
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Inhoud
Artikel 4:11
Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.