1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 424, 426bis en 431 het Wetboek van strafrecht, is het verboden op of aan een openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, op enigerlei wijze de openbare orde te verstoren, dan wel met het oog op verstoring van de openbare orde, zich hinderlijk te gedragen, personen lastig te vallen, te vechten, deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.

  2. Het is verboden om in het geval van wanordelijkheden of indien er ernstig gevaar voor het ontstaan daarvan dreigt, op de in het eerste lid genoemde plaatsen, een voorwerp of stof, kennelijk meegebracht om de orde te verstoren, bij zich te hebben.

  3. Het is verboden een voorwerp dat ter afzetting of afsluiting van een gedeelte van de weg of vanwege het bevoegde gezag is aangebracht, te verplaatsen, te verwijderen of omver te halen.