-
De opslag van mest moet zodanig geschieden dat geen mest(vocht) in of op de bodem of het oppervlaktewater terecht kan komen.
-
Dunne mest moet worden opgeslagen in een doelmatige mestdichte opslagruimte (kelder).
-
Vaste mest moet worden opgeslagen op een mestdichte betonnen ondergrond voorzien van opstaande randen en een mestdichte afvoer naar een mestdichte opslagruimte (kelder), of een gelijkwaardige voorziening.
-
Van lid 3 mag worden afgeweken indien de opslag van vaste mest plaatsvindt:
boven een absorberende laag en een dikte van ten minste 0,15 meter en een organische stofgehalte van ten minste 25 % (bijvoorbeeld stro of zaagsel) en
onder een permanente bovenafdekking, zodanig dat contact met hemelwater wordt voorkomen.
-
De opslag van vaste mest mag niet onder het maaiveld zijn gelegen.
-
Bij een opslag overeenkomstig lid 4 moet de absorberende laag tezamen met de mest worden verwijderd.
-
Er mag niet meer dan 50 m3 vaste mest worden opgeslagen.
-
De vaste mest moet ten minste 1 maal per jaar worden verwijderd.
-
Verwijdering van de mest moet zodanig geschieden dat hierdoor geen hinder voor de omgeving dan wel verontreiniging van de bodem of oppervlaktewater ontstaat. Eventueel gemorste mest moet direct worden verwijderd.
-
De opslag van vaste mest moet geschieden op een afstand van ten minste:
50 meter van een woning van derden of ander gevoelig object binnen de bebouwde kom;
25 meter van een woning van derden of ander gevoelig object buiten de bebouwde kom;
5 meter van de erfgrens;
5 meter van de insteek van een oppervlaktewater.
Inhoud
Artikel 4:21
Opslag van mest
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.