Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Paragraaf

Afdeling 4 Standplaatsen

Artikel 5.17

Definitie

  1. In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan: het vanaf een vaste plaats op of aan de weg te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

  2. Onder standplaats wordt niet verstaan:

    1. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;

    2. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2.26.

Artikel 5.18

Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.

  2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit.

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd als:

    1. de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand; of

    2. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.

  4. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid heeft een geldigheidsduur van één jaar.

  5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5.19

Toestemming rechthebbende

Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.

Artikel 5.20

Afbakeningsbepalingen

  1. Artikel 5.18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement Zuid-Holland.

  2. De weigeringsgrond van artikel 5.18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019