Algemene plaatselijke verordening gemeente Voorst 2019 (Apv) (6e wijziging 2025) BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Paragraaf

Afdeling 2 Vergunning seksbedrijf

Artikel 3.1.3

Vergunning

  1. Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan.

  2. Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist.

  3. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd.

  4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

  5. De vergunning wordt voor bepaalde tijd verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld.

Artikel 3.1.4

Maximum aantal vergunningen voor seksbedrijven

Het bevoegde bestuursorgaan kan een maximum stellen aan het aantal vergunningen voor een seksbedrijf dat kan worden verleend.

Artikel 3.1.5

Aanvraag

  1. Een aanvraag om vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld formulier.

  2. Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit vergunning wordt gevraagd en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:

  3. de persoonsgegevens van de exploitant;

  4. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

  5. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken;

  6. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;

  7. het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting;

  8. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;

  9. een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de wet op de identificatieplicht van de exploitant;

  10. voor zover van toepassing de verblijfstitel van de exploitant;

  11. een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst;

  12. bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf;

  13. voor zover van toepassing de plaatselijke ligging van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een situatieschets met een noordpijl en schaalaanduiding;

  14. voor zover van toepassing de plattegrond van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een tekening met een schaalaanduiding.

  15. Als er een beheerder is aangesteld, is het tweede lid, onder a tot en met c, g en h, van overeenkomstige toepassing op de beheerder.

  16. Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.

Artikel 3.1.6

Weigeringsgronden

  1. Een vergunning wordt geweigerd als:

  2. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.2.2 gestelde eisen;

  3. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening; of

  4. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

  5. Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1.8, de vergunning bedoeld in artikel 3.1.3, eerste lid, worden geweigerd dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3.2.6, eerste lid, achterwege gelaten, in het belang van:

  6. het voorkomen of beperken van overlast;

  7. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;

  8. de veiligheid van personen of goederen;

  9. de verkeersvrijheid of – veiligheid;

  10. de gezondheid of zedelijkheid; of

  11. de arbeidsomstandigheden van de prostituee.

Artikel 3.1.7

Intrekkingsgronden

  1. De vergunning wordt ingetrokken als:

  2. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;

  3. de vergunning in strijd met en wettelijk voorschrift is gegeven;

  4. in strijd is gehandeld met artikel 3.2.5;

  5. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;

  6. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.1.6, eerste lid;

  7. de vergunninghouder dat verzoekt;

  8. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan of een beheersverordening.

  9. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als:

  10. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;

  11. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;

  12. een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden;

  13. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid aanhef en onder c;

  14. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten;

  15. de exploitant of beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;

  16. er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;

  17. gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

Artikel 3.1.8

Beëindiging exploitatie

  1. De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.1.3 op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.

  2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegde bestuursorgaan.

Artikel 3.1.9

Nadere regels

Met het oog op de in artikel 3.1.6 genoemde belangen, kan het college over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening gemeente Voorst 2019 (Apv) (6e wijziging 2025)