-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning in elk geval worden geweigerd op grond van:
de natuurwaarde van de houtopstand;
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
de recreatieve waarde van de houtopstand;
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
-
Het college kan bij het weigeren van een vergunning tevens de boomwaarde als motivering hanteren.
-
Een vergunning wordt in elk geval geweigerd als de kapaanvraag op de volgende gronden is gebaseerd:
honingdauw / roetdauw;
geringe tot matige schaduwwerking;
angst voor omwaaien van vitale, gezonde bomen;
allergie voor stuifmeel van bomen;
plaagorganismen in bomen zoals eikenprocessierups, eikenbladroller, wintervlinder, spinselmotten e.d.;
vallende vruchten en zaden;
in bomen roestende of nestelende groepen vogels zoals spreeuwen en roeken;
het creëren van uitzicht vanuit een gebouw of zicht op een gebouw;
het plaatsen van een satellietontvanger of het verbeteren van de ontvangst van een satellietontvanger;
het plaatsen van zonnepanelen of het verbeteren van het rendement van reeds geplaatste zonnepanelen.
Inhoud
Artikel 4:12b
Weigering van een vergunning
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.