Algemene plaatselijke verordening Westland 2019 BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Paragraaf

Afdeling 3: Het bewaren van houtopstanden

Artikel 4:10

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • boom: een houtachtig, opgaand gewas met doorgaande stam, zowel levend als afgestorven, met een omtrek van de stam van minimaal 30 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam;

  • hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;

  • houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen;

  • inboeten: het vervangen van slecht gevormd, kwijnend, afgestorven of verloren gegaan plantmateriaal van dezelfde soort en variëteit, dat maximaal drie jaar geleden is aangeplant;

  • kandelaberen: een snoeitechniek waarbij de takken van een boom afgezaagd worden waardoor de boom het uiterlijk van een kandelaar krijgt;

  • knotten: het verwijderen van alle reeds gevormde scheuten. De plaats waar deze scheuten ontsprongen zijn wordt steeds dikker en wordt de ‘knot’ genoemd.

  • monetaire boomwaarde: de financiële waarde van een boom of houtopstand, zoals getaxeerd volgens de actuele richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;

  • vellen: afzagen, afhakken, kappen, verplanten, rooien, snoeien van meer dan 20 procent van de kroon en/of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen, of het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Hieronder begrepen het ophogen van het omliggend maaiveld.

Artikel 4:11

Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

  1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstanden te vellen of te doen vellen die:

    1. staan vermeld op een door het college vastgestelde bomenlijst;

    2. in eigendom zijn van de gemeente of een ander publiekrechtelijk lichaam.

  2. Het college stelt een bomenlijst vast waarop de monumentale en andere beschermwaardige bomen in de gemeente worden vermeld.

  3. Op de bomenlijst is de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken van toepassing.

  4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:

    1. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    2. het periodiek knotten, kandelaberen of snoeien als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, reeds eerder gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    3. het inboeten van bomen.

  5. Een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstand zoals bedoeld in het eerste lid, onder a, kan, als alternatieven voor het behoud uitputtend zijn onderzocht, slechts bij uitzondering worden verleend indien:

    1. een zwaarwegend maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van de beschermde boom; of

    2. naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

  6. In afwijking van artikel 1:8 kan de omgevingsvergunning worden geweigerd op grond van:

    1. de natuurwaarde van de houtopstand;

    2. de landschappelijke waarde van de houtopstand;

    3. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

    4. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

    5. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of

    6. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.

  7. Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

  8. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.

  9. Als ter plaatse niet kan worden herplant, kan in de omgevingsvergunning worden opgenomen dat een geldelijke bijdrage dient te worden gestort in het gemeentelijke herplantfonds of een vergelijkbare gemeentelijke herplantregeling, waarvoor geldt dat de waarde wordt vastgesteld op grond van de berekening van de monetaire boomwaarde.

Artikel 4:11a

Bescherming gemeentelijke houtopstand

Het is verboden om gemeentelijke houtopstanden:

  1. te beschadigen, te bekladden of te beplakken of;

  2. daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente opgedragen boomverzorgende taken.

Artikel 4:11b

Afstand van de erfgrenslijn

De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Westland 2019