Algemene plaatselijke verordening gemeente Woensdrecht BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Afdeling

Veiligheid op de weg

Artikel 2:13

Veroorzaken van gladheid

Het is onverminderd de daaromtrent bestaande wettelijke bepalingen verboden op een weg voorwerpen, modder of stoffen, die aanleiding kunnen geven tot verontreiniging, beschadiging of slechte afwatering van de weg, of tot gevaarlijke situaties op de weg, aldaar in directe of indirecte zin te plaatsen, te werpen, uit te gieten, over te brengen, te laten afvloeien of te laten vallen.

Artikel 2:13b

Bruikbaar houden van de weg

  1. In het belang van de orde en netheid van de weg, de veiligheid van het verkeer, het voorkomen van beschadiging van het wegdek en de afwatering van de weg is het degene, door wiens handelen of toe doen een of meer voorwerpen, modder of stoffen als bedoeld in artikel 2:13 op een weg zijn geraakt, verboden deze daarop te laten.

  2. Met het oog op deze belangen dient de in het eerste lid bedoelde persoon de weg terstond dan wel op aanwijzing van politiefunctionarissen, gemeenteambtenaren of marechaussee te ontdoen of te laten ontdoen van voorwerpen of stoffen als bedoeld in artikel 2.13.

Artikel 2:15

Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp

Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.

Artikel 2:16

Openen straatkolken e.d.

Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.

Artikel 2:18

Rookverbod in bossen en natuurterreinen

  1. Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan:

    1. te roken gedurende een door het college aangewezen periode, op een door college aangewezen plaats;

    2. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3˚, van het Wetboek van Strafrecht.

  3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.

Artikel 2:21

Voorzieningen voor verkeer en verlichtingen

  1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening gemeente Woensdrecht