Algemene plaatselijke verordening gemeente Zundert 2020 BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Paragraaf

AFDELING 2. BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING

Artikel 4:7

Straatvegen

Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.

Artikel 4:7.1

Verontreiniging bij werkzaamheden aan de weg

1. Als bij het laden of lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen dan wel bij andere werkzaamheden de weg wordt verontreinigd, is degene die genoemde werkzaamheden verricht, alsmede als deze in opdracht handelt, zijn opdrachtgever verplicht:

e. als de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of voor beschadiging van het wegdek oplevert, de weg terstond na het ontstaan van de verontreiniging te reinigen of te doen reinigen;

f. als de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het verkeer of voor beschadiging van het wegdek oplevert, de weg terstond na de beëindiging van de werkzaamheden of, als deze langer dan een dag duren, elke dag terstond na beëindiging van de werkzaamheden op die dag, te reinigen of te doen reinigen.

2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of de Verordening wegen Noord-Brabant van toepassing is.

Artikel 4:7.3

Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren

1. De houder of beheerder van een winkel, hal, kraam of andere dergelijke inrichtingen waar eten/of drinkwaren worden verkocht welke ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:

  1. een mand, bak of soortgelijk voorwerp in of nabij de inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek papier, etensresten, verpakkingsmateriaal en ander afval kan achterlaten;

  2. zorg te dragen dat die mand, die bak of dat soortgelijke voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die mand, die bak of dat voorwerp steeds tijdig wordt geledigd.

2. De houder of beheerder van een inrichting bedoeld in het eerste lid is verplicht te zorgen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde in dit artikel, in de nabijheid van de inrichting op de weg achtergebleven stoffen of voorwerpen, voor zover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, worden verwijderd.

3. De in het eerste en het tweede lid gestelde verplichting geldt niet voor zover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing zijn.

Artikel 4:7.4

Wegwerpen van reclame- en strooibiljetten

  1. Degene die op de weg reclame- of strooibiljetten of dergelijke geschriften, dan wel, als vorm van reclame, gratis producten onder het publiek verspreidt, is verplicht deze, als zij in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden weggeworpen, terstond daarvan te verwijderen of te doen verwijderen.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van het verspreiden van reclame- en strooibiljetten of dergelijke geschriften vanuit een luchtvaartuig.

Artikel 4:8

Natuurlijke behoefte doen

Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.

Artikel 4:9

Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen

Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.

Artikel 4:9.1

Verbod georganiseerd oplaten ballonnen

  1. Het is verboden georganiseerd ballonnen, van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht, dan wel door middel van helium of andere gassen op te laten stijgen.

  2. Het is verboden om op te laten stijgen: herdenkingsballon, vuurballon, gelukslampion, Thaise wensballon, papierballon, geluksballon, etc.

  3. Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing op vaartuigen als bedoeld in de Wet luchtvaart.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening gemeente Zundert 2020