Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden

Inhoud

Artikel 7a

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2024.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2024.
  1. De gegevens, bedoeld in artikel 2, van gewezen verdachten worden vernietigd:

    1. twaalf jaar nadat een einduitspraak als bedoeld in artikel 1, onder c, is gedaan in verband met een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van minder dan zes jaar is gesteld, en in het kader van het misdrijf de gegevens zijn verwerkt,

    2. twintig jaar nadat een einduitspraak als bedoeld in artikel 1, onder c, is gedaan in verband met een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld, en in het kader van het misdrijf de gegevens zijn verwerkt,

    3. tachtig jaar nadat een einduitspraak als bedoeld in artikel 1, onder c, is gedaan in verband met een misdrijf dat op grond van artikel 70, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht niet aan verjaring onderhevig is, en in het kader van het misdrijf de gegevens zijn verwerkt,

    4. wanneer naar het oordeel van de officier van justitie vaststaat dat herziening ten nadele op grond van artikel 482a, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet uitgesloten is, dan wel

    5. terstond na het overlijden van betrokkene.

  2. De in het eerste lid, onder a, b en c, genoemde termijnen belopen zes, tien, respectievelijk twintig jaar indien de gewezen verdachte ten tijde van het begaan van het feit waarop de rechterlijke uitspraak betrekking heeft de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt.

01-07-2024 Huidig 01-06-2016 Historisch 01-11-2014 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-11-2014.

Tekst van deze versie

  1. De gegevens, bedoeld in artikel 2, van gewezen verdachten worden vernietigd:

    1. twaalf jaar nadat een einduitspraak als bedoeld in artikel 1, onder c, is gedaan in verband met een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van minder dan zes jaar is gesteld, en in het kader van het misdrijf de gegevens zijn verwerkt,

    2. twintig jaar nadat een einduitspraak als bedoeld in artikel 1, onder c, is gedaan in verband met een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld, en in het kader van het misdrijf de gegevens zijn verwerkt,

    3. tachtig jaar nadat een einduitspraak als bedoeld in artikel 1, onder c, is gedaan in verband met een misdrijf dat op grond van artikel 70, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht niet aan verjaring onderhevig is, en in het kader van het misdrijf de gegevens zijn verwerkt,

    4. wanneer naar het oordeel van de officier van justitie vaststaat dat herziening ten nadele op grond van artikel 482a, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet uitgesloten is, dan wel

    5. terstond na het overlijden van betrokkene.

  2. De in het eerste lid, onder a, b en c, genoemde termijnen belopen zes, tien, respectievelijk twintig jaar indien de gewezen verdachte ten tijde van het begaan van het feit waarop de rechterlijke uitspraak betrekking heeft de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden