Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden

Inhoud

Artikel 9

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 29-03-2014.
  1. De databank waarin de vingerafdrukken die overeenkomstig de wet zijn genomen, worden verwerkt, bevat slechts de vingerafdrukken van verdachten, veroordeelden, overleden slachtoffers van misdrijven en onbekende verdachten.

  2. Op het verwerken van de vingerafdrukken, bedoeld in artikel 2, onder h, van degene die niet langer als een verdachte van een strafbaar feit kan worden aangemerkt, of van degene die met goed gevolg een project als bedoeld in artikel 77e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht heeft afgerond, is artikel 5 van overeenkomstige toepassing.

  3. Op het verwerken van de vingerafdrukken van een verdachte of veroordeelde, bedoeld in artikel 2, onder h, zijn de artikelen 6, eerste tot en met vierde lid, en 7, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

  4. De vingerafdrukken van een overleden slachtoffer van een misdrijf worden vernietigd:

    1. twintig jaar na verwerking bij een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar of meer is gesteld, dan wel

    2. twaalf jaar na verwerking bij een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wetwaarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van minder dan ten hoogste zes jaar is gesteld.

  5. In afwijking van het vierde lid worden de vingerafdrukken van een overleden slachtoffer van een misdrijf na tachtig jaar vernietigd bij een misdrijf dat op grond van artikel 70, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht niet aan verjaring onderhevig is.

  6. De vingerafdrukken van een onbekende verdachte worden overeenkomstig de termijnen, genoemd in het vierde en vijfde lid, vernietigd.

  7. Met de vingerafdrukken, bedoeld in het tweede tot en met zesde lid, worden tevens de daarbij behorende identificerende persoonsgegevens vernietigd.

  8. Artikel 6, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  9. De Justitiële Informatiedienst verstrekt de informatie, bedoeld in artikel 8, door aan een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012, voor zover die informatie nodig is om te kunnen voldoen aan het tweede en derde lid. Het openbaar ministerie verstrekt die landelijke eenheid de informatie die nodig is om te kunnen voldoen aan het vierde tot en met zesde lid.

01-07-2024 Huidig 01-06-2016 Historisch 01-11-2014 Historisch 29-03-2014 Historisch 06-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2014.

Tekst van deze versie

  1. De databank waarin de vingerafdrukken die overeenkomstig de wet zijn genomen, worden verwerkt, bevat slechts de vingerafdrukken van verdachten, veroordeelden, overleden slachtoffers van misdrijven en onbekende verdachten.

  2. Op het verwerken van de vingerafdrukken, bedoeld in artikel 2, onder h, van degene die niet langer als een verdachte van een strafbaar feit kan worden aangemerkt, of van degene die met goed gevolg een project als bedoeld in artikel 77e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht heeft afgerond, is artikel 5 van overeenkomstige toepassing.

  3. Op het verwerken van de vingerafdrukken van een verdachte of veroordeelde, bedoeld in artikel 2, onder h, zijn de artikelen 6, eerste tot en met vierde lid, en 7, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

  4. De vingerafdrukken van een overleden slachtoffer van een misdrijf worden vernietigd:

    1. twintig jaar na verwerking bij een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar of meer is gesteld, dan wel

    2. twaalf jaar na verwerking bij een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wetwaarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van minder dan ten hoogste zes jaar is gesteld.

  5. In afwijking van het vierde lid worden de vingerafdrukken van een overleden slachtoffer van een misdrijf na tachtig jaar vernietigd bij een misdrijf dat op grond van artikel 70, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht niet aan verjaring onderhevig is.

  6. De vingerafdrukken van een onbekende verdachte worden overeenkomstig de termijnen, genoemd in het vierde en vijfde lid, vernietigd.

  7. Met de vingerafdrukken, bedoeld in het tweede tot en met zesde lid, worden tevens de daarbij behorende identificerende persoonsgegevens vernietigd.

  8. Artikel 6, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  9. De Justitiële Informatiedienst verstrekt de informatie, bedoeld in artikel 8, door aan een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012, voor zover die informatie nodig is om te kunnen voldoen aan het tweede en derde lid. Het openbaar ministerie verstrekt die landelijke eenheid de informatie die nodig is om te kunnen voldoen aan het vierde tot en met zesde lid.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden