Burgerlijk Wetboek Boek 1

Inhoud

Artikel 19h (Aangifte van overlijden)

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 05-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 05-07-2025.
  1. Tot de aangifte van een overlijden is bevoegd wie daarvan uit eigen wetenschap kennis draagt.

  2. Binnen de in artikel 16 van de Wet op de lijkbezorging gestelde termijn voor de begraving of crematie, kan de persoon die in de lijkbezorging voorziet, door een in het eerste lid bedoelde persoon worden gemachtigd tot het doen van de aangifte. In dit geval kan de aangifte door de gemachtigde ook elektronisch worden gedaan, als deze weg is geopend.

  3. De identiteit van de aangever wordt vastgesteld aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, dan wel op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen andere wijze.

  4. De aangever verstrekt ten minste de volgende gegevens van de overledene:

    1. geslachtsnaam, voornamen en geslacht van de overledene;

    2. voor zover bekend, plaats en dag van geboorte;

    3. plaats, dag en, zo mogelijk, het tijdstip van overlijden en

    4. diens burgerlijke staat en

    5. diens laatst bekende woonadres of woonplaats.

  5. Wanneer tot de aangifte bevoegde personen ontbreken of nalaten binnen de in de Wet op de lijkbezorging gestelde termijn voor de begraving of crematie de aangifte te doen, geschiedt deze door of vanwege de burgemeester van de gemeente alwaar de akte van overlijden moet worden opgemaakt.

  6. In de gevallen bedoeld in artikel 19<em>f</em>, tweede en derde lid, geschiedt de aangifte door de hulpofficier van justitie.

05-07-2025 Huidig 01-07-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Tot de aangifte van een overlijden is bevoegd wie daarvan uit eigen wetenschap kennis draagt.

  2. Binnen de in artikel 16 van de Wet op de lijkbezorging gestelde termijn voor de begraving of crematie, kan de persoon die in de lijkbezorging voorziet, door een in het eerste lid bedoelde persoon worden gemachtigd tot het doen van de aangifte. In dit geval kan de aangifte door de gemachtigde ook elektronisch worden gedaan, als deze weg is geopend.

  3. De identiteit van de aangever wordt vastgesteld aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, dan wel op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen andere wijze.

  4. De aangever verstrekt ten minste de volgende gegevens van de overledene:

    1. geslachtsnaam, voornamen en geslacht van de overledene;

    2. voor zover bekend, plaats en dag van geboorte;

    3. plaats, dag en, zo mogelijk, het tijdstip van overlijden en

    4. diens burgerlijke staat en

    5. diens laatst bekende woonadres of woonplaats.

  5. Wanneer tot de aangifte bevoegde personen ontbreken of nalaten binnen de in de Wet op de lijkbezorging gestelde termijn voor de begraving of crematie de aangifte te doen, geschiedt deze door of vanwege de burgemeester van de gemeente alwaar de akte van overlijden moet worden opgemaakt.

  6. In de gevallen bedoeld in artikel 19<em>f</em>, tweede en derde lid, geschiedt de aangifte door de hulpofficier van justitie.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Burgerlijk Wetboek Boek 1