-
Iedere voogd kan zich van zijn bediening doen ontslaan, indien:
hij aantoont, dat hij tengevolge van een sedert de aanvang van zijn bediening opgekomen geestelijk of lichamelijk gebrek niet meer in staat is deze waar te nemen;
hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt;
een daartoe bevoegd persoon zich schriftelijk heeft bereid verklaard de voogdij over te nemen, en de rechtbank deze overneming in het belang van de minderjarigen acht.
-
Bij gezamenlijke uitoefening van de voogdij is het eerste lid slechts van toepassing indien beide voogden zich van hun bediening willen doen ontslaan.
Inhoud
Artikel 322
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2024.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2024.
05-07-2025
Huidig
01-07-2025
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-07-2023
Historisch
01-05-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
-
Iedere voogd kan zich van zijn bediening doen ontslaan, indien:
hij aantoont, dat hij tengevolge van een sedert de aanvang van zijn bediening opgekomen geestelijk of lichamelijk gebrek niet meer in staat is deze waar te nemen;
hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt;
een daartoe bevoegd persoon zich schriftelijk heeft bereid verklaard de voogdij over te nemen, en de rechtbank deze overneming in het belang van de minderjarigen acht.
-
Bij gezamenlijke uitoefening van de voogdij is het eerste lid slechts van toepassing indien beide voogden zich van hun bediening willen doen ontslaan.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.