Burgerlijk Wetboek Boek 2

Inhoud

Artikel 430

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. Onder de beleggingen worden afzonderlijk opgenomen:

    1. terreinen en gebouwen, al dan niet in aanbouw, en de vooruitbetalingen daarop, met afzonderlijke vermelding van de terreinen en gebouwen voor eigen gebruik;

    2. beleggingen in groepsmaatschappijen en deelnemingen;

    3. overige financiële beleggingen.

  2. Op de balans van een maatschappij die herverzekeringen aanneemt, worden onder de beleggingen tevens afzonderlijk opgenomen de niet ter vrije beschikking staande vorderingen in het kader van een herverzekeringsovereenkomst.

  3. Bij de beleggingen in groepsmaatschappijen en deelnemingen worden afzonderlijk vermeld:

    1. aandelen, certificaten van aandelen en andere vormen van deelneming in groepsmaatschappijen;

    2. andere deelnemingen;

    3. waardepapieren met een vaste of van de rentestand afhankelijke rente uitgegeven door en vorderingen op groepsmaatschappijen; en

    4. waardepapieren met een vaste of van de rentestand afhankelijke rente uitgegeven door en vorderingen op andere rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in de verzekeringsmaatschappij of waarin de verzekeringsmaatschappij een deelneming heeft.

  4. Van de overige financiële beleggingen worden afzonderlijk vermeld:

    1. aandelen, certificaten van aandelen, deelnemingsbewijzen en andere niet-vastrentende waardepapieren;

    2. waardepapieren met een vaste of van de rentestand afhankelijke rente;

    3. belangen in beleggingspools;

    4. vorderingen uit leningen voor welke zakelijke zekerheid is gesteld;

    5. andere vorderingen uit leningen;

    6. deposito’s bij banken;

    7. andere financiële beleggingen.

  5. Tenzij de post andere financiële beleggingen van ondergeschikte betekenis is op het geheel van de overige financiële beleggingen, wordt zij naar aard en omvang toegelicht.

  6. Indien beleggingen die gelden als vaste activa op andere grondslagen worden gewaardeerd dan beleggingen die gelden als vlottende activa en die al dan niet behoren tot de handelsportefeuille, worden de beleggingen, genoemd in lid 1, onderdelen a of c, en lid 4, onderdelen a tot en met g, onderscheiden in:

    1. beleggingen die gelden als vaste activa,

    2. beleggingen die gelden als vlottende activa, behorende tot de handelsportefeuille; en

    3. beleggingen die gelden als vlottende activa, niet behorende tot de handelsportefeuille.

01-07-2026 Huidig 01-01-2025 Historisch 22-06-2024 Historisch 13-03-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 30-12-2023 Historisch 15-11-2023 Historisch 01-09-2023 Historisch 01-05-2023 Historisch 22-02-2023 Historisch 04-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 03-09-2020 Historisch 08-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Onder de beleggingen worden afzonderlijk opgenomen:

    1. terreinen en gebouwen, al dan niet in aanbouw, en de vooruitbetalingen daarop, met afzonderlijke vermelding van de terreinen en gebouwen voor eigen gebruik;

    2. beleggingen in groepsmaatschappijen en deelnemingen;

    3. overige financiële beleggingen.

  2. Op de balans van een maatschappij die herverzekeringen aanneemt, worden onder de beleggingen tevens afzonderlijk opgenomen de niet ter vrije beschikking staande vorderingen in het kader van een herverzekeringsovereenkomst.

  3. Bij de beleggingen in groepsmaatschappijen en deelnemingen worden afzonderlijk vermeld:

    1. aandelen, certificaten van aandelen en andere vormen van deelneming in groepsmaatschappijen;

    2. andere deelnemingen;

    3. waardepapieren met een vaste of van de rentestand afhankelijke rente uitgegeven door en vorderingen op groepsmaatschappijen; en

    4. waardepapieren met een vaste of van de rentestand afhankelijke rente uitgegeven door en vorderingen op andere rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in de verzekeringsmaatschappij of waarin de verzekeringsmaatschappij een deelneming heeft.

  4. Van de overige financiële beleggingen worden afzonderlijk vermeld:

    1. aandelen, certificaten van aandelen, deelnemingsbewijzen en andere niet-vastrentende waardepapieren;

    2. waardepapieren met een vaste of van de rentestand afhankelijke rente;

    3. belangen in beleggingspools;

    4. vorderingen uit leningen voor welke zakelijke zekerheid is gesteld;

    5. andere vorderingen uit leningen;

    6. deposito’s bij banken;

    7. andere financiële beleggingen.

  5. Tenzij de post andere financiële beleggingen van ondergeschikte betekenis is op het geheel van de overige financiële beleggingen, wordt zij naar aard en omvang toegelicht.

  6. Indien beleggingen die gelden als vaste activa op andere grondslagen worden gewaardeerd dan beleggingen die gelden als vlottende activa en die al dan niet behoren tot de handelsportefeuille, worden de beleggingen, genoemd in lid 1, onderdelen a of c, en lid 4, onderdelen a tot en met g, onderscheiden in:

    1. beleggingen die gelden als vaste activa,

    2. beleggingen die gelden als vlottende activa, behorende tot de handelsportefeuille; en

    3. beleggingen die gelden als vlottende activa, niet behorende tot de handelsportefeuille.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Burgerlijk Wetboek Boek 2