-
De uiterste willen, bedoeld in de artikelen 98 en 100 tot en met 104, zijn vernietigbaar, indien de erflater overlijdt meer dan zes maanden nadat voor hem de mogelijkheid is geëindigd, een uiterste wil te maken op een van de in die artikelen genoemde wijzen.
-
De termijn wordt telkens met een maand verlengd, indien de erflater redelijkerwijze niet in staat is geweest in de laatstverstreken maand een uiterste wil te maken.
Inhoud
Artikel 107
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-05-2004.
Deze versie geldt vanaf 01-05-2004.
01-07-2025
Huidig
01-05-2023
Historisch
19-09-2018
Historisch
01-09-2017
Historisch
01-09-2016
Historisch
17-08-2015
Historisch
01-01-2014
Historisch
01-01-2013
Historisch
01-10-2010
Historisch
01-09-2008
Historisch
26-03-2008
Historisch
01-02-2006
Historisch
01-01-2006
Historisch
15-10-2005
Historisch
01-07-2004
Historisch
01-05-2004
Historisch
01-01-2003
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-01-2003
Tekst van deze versie
- De uiterste willen, bedoeld in de artikelen 98–104,98 en 100 tot en met 104, zijn vernietigbaar, indien de erflater overlijdt meer dan zes maanden nadat voor hem de mogelijkheid is geëindigd, een uiterste wil te maken op een van de in die artikelen genoemde wijzen.
-
De termijn wordt telkens met een maand verlengd, indien de erflater redelijkerwijze niet in staat is geweest in de laatstverstreken maand een uiterste wil te maken.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.