Burgerlijk Wetboek Boek 4

Inhoud

Artikel 7

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. Schulden van de nalatenschap zijn:

    1. de schulden van de erflater die niet met zijn dood tenietgaan, voor zover niet begrepen in onderdeel i;

    2. de kosten van lijkbezorging, voor zover zij in overeenstemming zijn met de omstandigheden van de overledene;

    3. de kosten van vereffening van de nalatenschap, met inbegrip van het loon van de vereffenaar;

    4. de kosten van executele, met inbegrip van het loon van de executeur;

    5. de schulden uit belastingen die ter zake van het openvallen der nalatenschap worden geheven, voor zover zij op de erfgenamen komen te rusten;

    6. de schulden die ontstaan door toepassing van afdeling 2 van titel 3;

    7. de schulden ter zake van legitieme porties waarop krachtens artikel 80 aanspraak wordt gemaakt;

    8. de schulden uit legaten welke op een of meer erfgenamen rusten;

    9. de schulden uit giften en andere handelingen die ingevolge artikel 126 worden aangemerkt als legaten.

  2. Bij de voldoening van de schulden ten laste van de nalatenschap worden achtereenvolgens met voorrang voldaan:

    1. de schulden, bedoeld in lid 1 onder a tot en met e;

    2. de schulden, bedoeld in lid 1 onder f;

    3. de schulden, bedoeld in lid 1 onder g.

    Ontbreken schulden als bedoeld in lid 1 onder f, dan worden eerst de schulden, bedoeld in lid 1 onder a tot en met c, en vervolgens de schulden, bedoeld in lid 1 onder d, e en g, met voorrang voldaan.

  3. In de nalatenschap van de langstlevende ouder, bedoeld in artikel 20, en de stiefouder, bedoeld in artikel 22, wordt een verplichting tot overdracht van goederen als bedoeld in die artikelen met een schuld als bedoeld in lid 1 onder a gelijkgesteld.

01-07-2025 Huidig 01-05-2023 Historisch 19-09-2018 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-09-2016 Historisch 17-08-2015 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-09-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 15-10-2005 Historisch 01-07-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 01-01-2003 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2003.

Tekst van deze versie

  1. Schulden van de nalatenschap zijn:

    1. de schulden van de erflater die niet met zijn dood tenietgaan, voor zover niet begrepen in onderdeel i;

    2. de kosten van lijkbezorging, voor zover zij in overeenstemming zijn met de omstandigheden van de overledene;

    3. de kosten van vereffening van de nalatenschap, met inbegrip van het loon van de vereffenaar;

    4. de kosten van executele, met inbegrip van het loon van de executeur;

    5. de schulden uit belastingen die ter zake van het openvallen der nalatenschap worden geheven, voor zover zij op de erfgenamen komen te rusten;

    6. de schulden die ontstaan door toepassing van afdeling 2 van titel 3;

    7. de schulden ter zake van legitieme porties waarop krachtens artikel 80 aanspraak wordt gemaakt;

    8. de schulden uit legaten welke op een of meer erfgenamen rusten;

    9. de schulden uit giften en andere handelingen die ingevolge artikel 126 worden aangemerkt als legaten.

  2. Bij de voldoening van de schulden ten laste van de nalatenschap worden achtereenvolgens met voorrang voldaan:

    1. de schulden, bedoeld in lid 1 onder a tot en met e;

    2. de schulden, bedoeld in lid 1 onder f;

    3. de schulden, bedoeld in lid 1 onder g.

    Ontbreken schulden als bedoeld in lid 1 onder f, dan worden eerst de schulden, bedoeld in lid 1 onder a tot en met c, en vervolgens de schulden, bedoeld in lid 1 onder d, e en g, met voorrang voldaan.

  3. In de nalatenschap van de langstlevende ouder, bedoeld in artikel 20, en de stiefouder, bedoeld in artikel 22, wordt een verplichting tot overdracht van goederen als bedoeld in die artikelen met een schuld als bedoeld in lid 1 onder a gelijkgesteld.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Burgerlijk Wetboek Boek 4