Burgerlijk Wetboek Boek 4

Inhoud

Artikel 169

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-09-2017.

Dit artikel is gewijzigd in verband met de invoering van digitaal procederen. Zie voor de procedures en gerechten waarvoor digitaal procederen geldt het Overzicht gefaseerde inwerkingtreding op www.rijksoverheid.nl/KEI.

Voor overige gevallen luidt het artikel als volgt:

  1. De bewindvoerder mag met toestemming van de rechthebbende:

    1. de in artikel 167 lid 1 bedoelde handelingen verrichten;

    2. geld lenen of de rechthebbende als borg of hoofdelijk schuldenaar verbinden;

    3. een overeenkomst tot beëindiging van een geschil aangaan; hij behoeft deze toestemming niet in het geval van artikel 30k, lid 1, onder c, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, of indien het voorwerp van het geschil een waarde van € 700 niet te boven gaat.

  2. Is het bewind uitsluitend of mede in het belang van een ander dan de rechthebbende of in hun gemeenschappelijk belang ingesteld, dan is ook toestemming van die ander vereist.

  3. Verleent iemand wiens toestemming is vereist deze niet, dan kan de kantonrechter haar desverzocht door zijn machtiging vervangen. De kantonrechter kan de machtiging verlenen onder zodanige voorwaarden als hij geraden acht.

  4. De bewindvoerder mag met toestemming van de rechthebbende:

    1. de in artikel 167 lid 1 bedoelde handelingen verrichten;

    2. geld lenen of de rechthebbende als borg of hoofdelijk schuldenaar verbinden;

    3. een overeenkomst tot beëindiging van een geschil aangaan; hij behoeft deze toestemming niet in het geval van artikel 87 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, of indien het voorwerp van het geschil een waarde van € 700 niet te boven gaat.

  5. Is het bewind uitsluitend of mede in het belang van een ander dan de rechthebbende of in hun gemeenschappelijk belang ingesteld, dan is ook toestemming van die ander vereist.

  6. Verleent iemand wiens toestemming is vereist deze niet, dan kan de kantonrechter haar desverzocht door zijn machtiging vervangen. De kantonrechter kan de machtiging verlenen onder zodanige voorwaarden als hij geraden acht.

01-07-2025 Huidig 01-05-2023 Historisch 19-09-2018 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-09-2016 Historisch 17-08-2015 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-09-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 15-10-2005 Historisch 01-07-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 01-01-2003 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2003

Tekst van deze versie

Dit artikel is gewijzigd in verband met de invoering van digitaal procederen. Zie voor de procedures en gerechten waarvoor digitaal procederen geldt het Overzicht gefaseerde inwerkingtreding op www.rijksoverheid.nl/KEI.

Voor overige gevallen luidt het artikel als volgt:

  1. De bewindvoerder mag met toestemming van de rechthebbende:

    1. de in artikel 167 lid 1 bedoelde handelingen verrichten;
    2. geld lenen of de rechthebbende als borg of hoofdelijk schuldenaar verbinden;
    3. een overeenkomst tot beëindiging van een geschil aangaan; hij behoeft deze toestemming niet in het geval van artikel 30k, lid 1, onder c, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, of indien het voorwerp van het geschil een waarde van € 700 niet te boven gaat.
  2. Is het bewind uitsluitend of mede in het belang van een ander dan de rechthebbende of in hun gemeenschappelijk belang ingesteld, dan is ook toestemming van die ander vereist.
  3. Verleent iemand wiens toestemming is vereist deze niet, dan kan de kantonrechter haar desverzocht door zijn machtiging vervangen. De kantonrechter kan de machtiging verlenen onder zodanige voorwaarden als hij geraden acht.
  4. De bewindvoerder mag met toestemming van de rechthebbende:

    1. de in artikel 167 lid 1 bedoelde handelingen verrichten;

    2. geld lenen of de rechthebbende als borg of hoofdelijk schuldenaar verbinden;

    3. een overeenkomst tot beëindiging van een geschil aangaan; hij behoeft deze toestemming niet in het geval van artikel 87 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, of indien het voorwerp van het geschil een waarde van € 700 niet te boven gaat.

  5. Is het bewind uitsluitend of mede in het belang van een ander dan de rechthebbende of in hun gemeenschappelijk belang ingesteld, dan is ook toestemming van die ander vereist.

  6. Verleent iemand wiens toestemming is vereist deze niet, dan kan de kantonrechter haar desverzocht door zijn machtiging vervangen. De kantonrechter kan de machtiging verlenen onder zodanige voorwaarden als hij geraden acht.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Burgerlijk Wetboek Boek 4