Mededingingswet

Inhoud

Artikel 57

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-09-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-09-2025.
  1. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken en actief zijn op de markt die de gevolgen van de inbreuk door de vereniging ondervindt.

  2. Indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan bedraagt de aansprakelijkheid van iedere onderneming die deel uitmaakt van de vereniging voor de betaling van de boete niet meer dan de overeenkomstig het eerste lid ten hoogste aan een onderneming op te leggen boete.

  3. Ingeval van overtreding van artikel 6, eerste lid, wordt voor de toepassing van het eerste lid het bedrag van de bestuurlijke boete die ten hoogste kan worden opgelegd, vermenigvuldigd met het aantal jaren dat de overtreding heeft geduurd met een maximum van vier jaar en een minimum van één jaar.

  4. Voor de toepassing van het derde lid

    1. worden twaalf opvolgende maanden als jaar beschouwd, en

    2. wordt een deel van een jaar afgerond op hele kalendermaanden waarbij een hele kalendermaand telt als eentwaalfde jaar.

  5. Het bedrag van de bestuurlijke boete die ingevolge het eerste en derde lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.

01-09-2025 Huidig 01-01-2023 Historisch 01-08-2022 Historisch 18-02-2021 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 18-02-2021.

Tekst van deze versie

  1. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken en actief zijn op de markt die de gevolgen van de inbreuk door de vereniging ondervindt.

  2. Indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan bedraagt de aansprakelijkheid van iedere onderneming die deel uitmaakt van de vereniging voor de betaling van de boete niet meer dan de overeenkomstig het eerste lid ten hoogste aan een onderneming op te leggen boete.

  3. Ingeval van overtreding van artikel 6, eerste lid, wordt voor de toepassing van het eerste lid het bedrag van de bestuurlijke boete die ten hoogste kan worden opgelegd, vermenigvuldigd met het aantal jaren dat de overtreding heeft geduurd met een maximum van vier jaar en een minimum van één jaar.

  4. Voor de toepassing van het derde lid

    1. worden twaalf opvolgende maanden als jaar beschouwd, en

    2. wordt een deel van een jaar afgerond op hele kalendermaanden waarbij een hele kalendermaand telt als eentwaalfde jaar.

  5. Het bedrag van de bestuurlijke boete die ingevolge het eerste en derde lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Mededingingswet