Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen:
de vergoeding voor aan het ambt verbonden kosten, bedoeld in artikel 2, tweede lid;
het bedrag, bedoeld in artikel 2, vierde lid;
de vergoedingen, bedoeld in artikel 7, eerste en tweede lid, voor zover deze niet worden gerekend tot een vergoeding als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de loonbelasting 1964;
de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 6, eerste en vierde lid, 7a, zesde lid, 8, tweede lid, en de vergoeding van de kosten, 12c;
de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 12b;
een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 10a, eerste lid.