Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011

Inhoud

Artikel 14

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2015.
  1. Het CBR besluit tot oplegging van een educatieve maatregel gedrag en verkeer indien:

    1. betrokkene tijdens een rit herhaaldelijk gedragingen heeft verricht als genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 1, onder A, onderdeel III, Rijgedrag;

    2. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets of een rijbewijsplichtige landbouw- of bosbouwtrekker of een rijbewijsplichtig motorrijtuig met beperkte snelheid een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 50 kilometer of meer op wegen binnen de bebouwde kom;

    3. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een bromfiets of een rijbewijsplichtige landbouw- of bosbouwtrekker of een rijbewijsplichtig motorrijtuig met beperkte snelheid een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 31 kilometer of meer op wegen binnen de bebouwde kom;

    4. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een motorrijtuig een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 31 kilometer of meer op wegen binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden,.

    5. de uitslag van het ingevolge artikel 23, tweede lid, opgelegde onderzoek geen aanleiding geeft tot ongeldigverklaring van het rijbewijs.

  2. Het CBR kan afzien van het opleggen van de in het eerste lid bedoelde educatieve maatregel gedrag en verkeer, indien de mededeling, bedoeld in artikel 130 van de wet, is gebaseerd op feiten of omstandigheden, die al eerder hebben geleid tot een mededeling gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in bijlage 1, onderdeel A, subonderdeel IV, en het CBR in het kader van die eerdere mededeling al een onderzoek naar de rijvaardigheid heeft opgelegd.

  3. Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing.

01-04-2023 Huidig 01-07-2020 Historisch 01-02-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-05-2018 Historisch 15-03-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-07-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-01-2016 Historisch 01-10-2015 Historisch 01-07-2015 Historisch 10-04-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-10-2014 Historisch 24-04-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-10-2012 Historisch 29-08-2012 Historisch 06-06-2012 Historisch 01-12-2011 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-10-2014

Tekst van deze versie

  1. Het CBR besluit tot oplegging van een educatieve maatregel gedrag en verkeer indien:

    1. betrokkene tijdens een rit herhaaldelijk gedragingen heeft verricht als genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 1, onder A, onderdeel III, Rijgedrag;

    2. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets,bromfiets of een rijbewijsplichtige landbouw- of bosbouwtrekker of een rijbewijsplichtig motorrijtuig met beperkte snelheid een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 50 kilometer of meer op wegen binnen de bebouwde kom;
    3. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een bromfiets of een rijbewijsplichtige landbouw- of bosbouwtrekker of een rijbewijsplichtig motorrijtuig met beperkte snelheid een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 31 kilometer of meer op wegen binnen de bebouwde kom;
    4. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een motorrijtuig een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 31 kilometer of meer op wegen binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden,.

    5. de uitslag van het ingevolge artikel 23, tweede lid, opgelegde onderzoek geen aanleiding geeft tot ongeldigverklaring van het rijbewijs.

  2. Het CBR kan afzien van het opleggen van de in het eerste lid bedoelde educatieve maatregel gedrag en verkeer, indien de mededeling, bedoeld in artikel 130 van de wet, is gebaseerd op feiten of omstandigheden, die al eerder hebben geleid tot een mededeling gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in bijlage 1, onderdeel A, subonderdeel IV, en het CBR in het kader van die eerdere mededeling al een onderzoek naar de rijvaardigheid heeft opgelegd.

  3. Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011