Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011

Inhoud

Artikel 25

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-04-2023.
Deze versie geldt vanaf 01-04-2023.
  1. De kosten verbonden aan de oplegging en de kosten verbonden aan de uitvoering van een onderzoek naar de rijvaardigheid of de geschiktheid komen in de in artikel 23, eerste en tweede lid, bedoelde gevallen voor rekening van de betrokken rijbewijshouder.

  2. De kosten van oplegging van de in artikel 23, derde lid, bedoelde onderzoeken komen voor rekening van de betrokken rijbewijshouder. De kosten van uitvoering van de in artikel 23, derde lid, bedoelde onderzoeken komen voor rekening van de betrokken rijbewijshouder, voor zover het de kosten van het onderzoek zelf betreft.

  3. De kosten van oplegging van een in artikel 23, eerste tot en met derde lid, bedoeld onderzoek worden betaald binnen vijf weken nadat het besluit tot oplegging van dat onderzoek aan betrokkene bekend is gemaakt, op de wijze zoals aangegeven in dat besluit.

  4. De in het derde lid bedoelde termijn wordt niet verlengd.

  5. De kosten van uitvoering van een onderzoek dat op grond van het eerste of tweede lid voor rekening van betrokkene komt, worden betaald binnen tien weken nadat het verzoek tot betaling van de uitvoeringskosten van die maatregel aan betrokkene bekend is gemaakt, op de wijze zoals aangegeven in het in het derde lid bedoelde besluit.

  6. Binnen drie weken na ontvangst van het in het vijfde lid bedoelde verzoek kan betrokkene verzoeken om uitstel van betaling voor maximaal zes maanden.

  7. Het CBR brengt kosten in rekening indien betrokkene niet of niet binnen de door het CBR gestelde termijn heeft meegewerkt aan het onderzoek zonder dat daarvoor naar het oordeel van het CBR een geldige reden van verhindering is opgegeven. Indien de in het eerste lid bedoelde kosten reeds zijn betaald, wordt het verschil tussen de kosten voor het bedoelde onderzoek en de kosten vanwege het niet verschijnen door het CBR terugbetaald aan degene die de in het eerste lid bedoelde kosten heeft betaald.

01-04-2023 Huidig 01-07-2020 Historisch 01-02-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-05-2018 Historisch 15-03-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-07-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-01-2016 Historisch 01-10-2015 Historisch 01-07-2015 Historisch 10-04-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-10-2014 Historisch 24-04-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-10-2012 Historisch 29-08-2012 Historisch 06-06-2012 Historisch 01-12-2011 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2020.

Tekst van deze versie

  1. De kosten verbonden aan de oplegging en de kosten verbonden aan de uitvoering van een onderzoek naar de rijvaardigheid of de geschiktheid komen in de in artikel 23, eerste en tweede lid, bedoelde gevallen voor rekening van de betrokken rijbewijshouder.

  2. De kosten van oplegging van de in artikel 23, derde lid, bedoelde onderzoeken komen voor rekening van de betrokken rijbewijshouder. De kosten van uitvoering van de in artikel 23, derde lid, bedoelde onderzoeken komen voor rekening van de betrokken rijbewijshouder, voor zover het de kosten van het onderzoek zelf betreft.

  3. De kosten van oplegging van een in artikel 23, eerste tot en met derde lid, bedoeld onderzoek worden betaald binnen vijf weken nadat het besluit tot oplegging van dat onderzoek aan betrokkene bekend is gemaakt, op de wijze zoals aangegeven in dat besluit.

  4. De in het derde lid bedoelde termijn wordt niet verlengd.

  5. De kosten van uitvoering van een onderzoek dat op grond van het eerste of tweede lid voor rekening van betrokkene komt, worden betaald binnen tien weken nadat het verzoek tot betaling van de uitvoeringskosten van die maatregel aan betrokkene bekend is gemaakt, op de wijze zoals aangegeven in het in het derde lid bedoelde besluit.

  6. Binnen drie weken na ontvangst van het in het vijfde lid bedoelde verzoek kan betrokkene verzoeken om uitstel van betaling voor maximaal zes maanden.

  7. Het CBR brengt kosten in rekening indien betrokkene niet of niet binnen de door het CBR gestelde termijn heeft meegewerkt aan het onderzoek zonder dat daarvoor naar het oordeel van het CBR een geldige reden van verhindering is opgegeven. Indien de in het eerste lid bedoelde kosten reeds zijn betaald, wordt het verschil tussen de kosten voor het bedoelde onderzoek en de kosten vanwege het niet verschijnen door het CBR terugbetaald aan degene die de in het eerste lid bedoelde kosten heeft betaald.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011