Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011

Inhoud

Artikel 20

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 06-06-2012.

Betrokkene verleent onder meer niet de vereiste medewerking, bedoeld in artikel 132, eerste lid, van de wet aan het alcoholslotprogramma indien:

  1. hij de kosten, bedoeld in artikel 132c, zesde en zevende lid, van de wet niet, niet binnen de gestelde termijn of niet op de voorgeschreven dan wel overeengekomen wijze voldoet;

  2. hij niet of niet binnen de gestelde termijn meewerkt aan de uitlezing van de gegevens uit het alcoholslot, met uitzondering van de in artikel 19, zesde lid, onderdelen a, b of c, genoemde gevallen;

  3. hij niet of niet binnen de door het CBR gestelde termijn meewerkt aan de vastgestelde bijeenkomsten of begeleidingsafspraken in het kader van het alcoholslotprogramma zonder dat daarvoor tijdig een geldige reden van verhindering is opgegeven;

  4. hij onder invloed van alcohol of andere drogerende stoffen op de vastgestelde periodieke bijeenkomsten of begeleidingsafspraken verschijnt;

  5. hij demonstratief niet aan de vastgestelde bijeenkomsten of begeleidingsafspraken deelneemt;

  6. hij zich tijdens de vastgestelde bijeenkomsten of begeleidingsafspraken agressief gedraagt;

  7. hij tijdens de vastgestelde bijeenkomsten op andere wijze het groepsproces verstoort;

  8. hij tijdens het alcoholslotprogramma een motorrijtuig bestuurt waarvoor een rijbewijsplicht geldt, met uitzondering van een bromfiets:

    1. I

      dat niet is voorzien van een alcoholslot als bedoeld in artikel 132e, eerste lid, van de wet, of

    2. II

      waarin een zodanig alcoholslot is ingebouwd waarvan door een van de in artikel 159, onderdeel a, van de wet bedoelde personen is geconstateerd dat het niet functioneert, of

    3. III

      waarin wel een alcoholslot is ingebouwd, maar waarvan het kenteken niet in het kader van het alcoholslotprogramma aan de bestuurder is gekoppeld;

    4. IV

      en door een van de in artikel 159, onderdeel a, van de wet bedoelde personen proces-verbaal is opgemaakt op basis van eigen constatering, dan wel op basis van een bekentenis van de bestuurder of van een verklaring of verklaringen van getuigen, dat een ander dan de bestuurder heeft geblazen in het alcoholslot, bedoeld in artikel 132e, eerste lid, van de wet;

  9. ten aanzien van hem, tijdens het alcoholslotprogramma, bedoeld in artikel 132b, eerste lid, van de wet na een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede of derde lid, van de wet een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat hoger is dan 88 µg/l, respectievelijk 0,2‰, dan wel indien hij tijdens de duur van het alcoholslotprogramma heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede of derde lid, van de wet;

  10. ten aanzien van hem tijdens het alcoholslotprogramma een rijontzegging van kracht is geworden;

  11. het op zijn naam gestelde rijbewijs van rechtswege ongeldig is geworden op grond van artikel 123b van de wet of indien een aantekening is gemaakt op grond van artikel 123b, derde lid, van de wet;

  12. tijdens het alcoholslotprogramma vier of meer foutieve hertesten zijn geregistreerd;

  13. hij de meting of de werking van het alcoholslot heeft omzeild;

  14. indien tijdens het alcoholslotprogramma uitbouw van het alcoholslot heeft plaatsgevonden zonder dat een ander alcoholslot als bedoeld in artikel 132e, van de wet is ingebouwd;

  15. indien tijdens de duur van het alcoholslotprogramma is geconstateerd dat:

    1. I

      de bij de installatie aangebrachte verzegeling van de behuizing van het alcoholslot of van de bedrading van het alcoholslot is verbroken,

    2. II

      een voorziening is aangebracht waardoor het alcoholslot geheel of gedeeltelijk buiten werking is gesteld, dan wel is gebleken dat het motorrijtuig op andere wijze is gestart dan met gebruikmaking van het alcoholslot of dat met het motorrijtuig is gereden zonder dat periodiek een hertest is afgelegd;

    3. III

      de software van het alcoholslot zodanig is aangepast of omzeild dat het motorrijtuig kan worden gestart zonder het afleggen van een initieel ademmonster of

    4. IV

      kan worden gereden zonder dat periodiek een hertest moet worden afgelegd;

  16. indien tijdens het alcoholslotprogramma is gebleken dat voor de tweede keer bedrading is onderbroken of beschadigd, de behuizing van het alcoholslot is beschadigd of onregelmatigheden zijn geconstateerd betreffende de aansluitpunten tussen de vaste eenheid en de uitleesapplicatie.

01-04-2023 Huidig 01-07-2020 Historisch 01-02-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-05-2018 Historisch 15-03-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-07-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-01-2016 Historisch 01-10-2015 Historisch 01-07-2015 Historisch 10-04-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-10-2014 Historisch 24-04-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-10-2012 Historisch 29-08-2012 Historisch 06-06-2012 Historisch 01-12-2011 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-12-2011.

Tekst van deze versie

Betrokkene verleent onder meer niet de vereiste medewerking, bedoeld in artikel 132, eerste lid, van de wet aan het alcoholslotprogramma indien:

  1. hij de kosten, bedoeld in artikel 132c, zesde en zevende lid, van de wet niet, niet binnen de gestelde termijn of niet op de voorgeschreven dan wel overeengekomen wijze voldoet;

  2. hij niet of niet binnen de gestelde termijn meewerkt aan de uitlezing van de gegevens uit het alcoholslot, met uitzondering van de in artikel 19, zesde lid, onderdelen a, b of c, genoemde gevallen;

  3. hij niet of niet binnen de door het CBR gestelde termijn meewerkt aan de vastgestelde bijeenkomsten of begeleidingsafspraken in het kader van het alcoholslotprogramma zonder dat daarvoor tijdig een geldige reden van verhindering is opgegeven;

  4. hij onder invloed van alcohol of andere drogerende stoffen op de vastgestelde periodieke bijeenkomsten of begeleidingsafspraken verschijnt;

  5. hij demonstratief niet aan de vastgestelde bijeenkomsten of begeleidingsafspraken deelneemt;

  6. hij zich tijdens de vastgestelde bijeenkomsten of begeleidingsafspraken agressief gedraagt;

  7. hij tijdens de vastgestelde bijeenkomsten op andere wijze het groepsproces verstoort;

  8. hij tijdens het alcoholslotprogramma een motorrijtuig bestuurt waarvoor een rijbewijsplicht geldt, met uitzondering van een bromfiets:

    1. I

      dat niet is voorzien van een alcoholslot als bedoeld in artikel 132e, eerste lid, van de wet, of

    2. II

      waarin een zodanig alcoholslot is ingebouwd waarvan door een van de in artikel 159, onderdeel a, van de wet bedoelde personen is geconstateerd dat het niet functioneert, of

    3. III

      waarin wel een alcoholslot is ingebouwd, maar waarvan het kenteken niet in het kader van het alcoholslotprogramma aan de bestuurder is gekoppeld;

    4. IV

      en door een van de in artikel 159, onderdeel a, van de wet bedoelde personen proces-verbaal is opgemaakt op basis van eigen constatering, dan wel op basis van een bekentenis van de bestuurder of van een verklaring of verklaringen van getuigen, dat een ander dan de bestuurder heeft geblazen in het alcoholslot, bedoeld in artikel 132e, eerste lid, van de wet;

  9. ten aanzien van hem, tijdens het alcoholslotprogramma, bedoeld in artikel 132b, eerste lid, van de wet na een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede of derde lid, van de wet een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat hoger is dan 88 µg/l, respectievelijk 0,2‰, dan wel indien hij tijdens de duur van het alcoholslotprogramma heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede of derde lid, van de wet;

  10. ten aanzien van hem tijdens het alcoholslotprogramma een rijontzegging van kracht is geworden;

  11. het op zijn naam gestelde rijbewijs van rechtswege ongeldig is geworden op grond van artikel 123b van de wet of indien een aantekening is gemaakt op grond van artikel 123b, derde lid, van de wet;

  12. tijdens het alcoholslotprogramma vier of meer foutieve hertesten zijn geregistreerd;

  13. hij de meting of de werking van het alcoholslot heeft omzeild;

  14. indien tijdens het alcoholslotprogramma uitbouw van het alcoholslot heeft plaatsgevonden zonder dat een ander alcoholslot als bedoeld in artikel 132e, van de wet is ingebouwd;

  15. indien tijdens de duur van het alcoholslotprogramma is geconstateerd dat:

    1. I

      de bij de installatie aangebrachte verzegeling van de behuizing van het alcoholslot of van de bedrading van het alcoholslot is verbroken,

    2. II

      een voorziening is aangebracht waardoor het alcoholslot geheel of gedeeltelijk buiten werking is gesteld, dan wel is gebleken dat het motorrijtuig op andere wijze is gestart dan met gebruikmaking van het alcoholslot of dat met het motorrijtuig is gereden zonder dat periodiek een hertest is afgelegd;

    3. III

      de software van het alcoholslot zodanig is aangepast of omzeild dat het motorrijtuig kan worden gestart zonder het afleggen van een initieel ademmonster of

    4. IV

      kan worden gereden zonder dat periodiek een hertest moet worden afgelegd;

  16. indien tijdens het alcoholslotprogramma is gebleken dat voor de tweede keer bedrading is onderbroken of beschadigd, de behuizing van het alcoholslot is beschadigd of onregelmatigheden zijn geconstateerd betreffende de aansluitpunten tussen de vaste eenheid en de uitleesapplicatie.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011