Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011

Inhoud

Artikel 25

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2016.
  1. De kosten verbonden aan een onderzoek naar de geschiktheid komen voor rekening van de betrokken rijbewijshouder:

    1. in de in artikel 23, eerste lid, bedoelde gevallen, en

    2. in de in artikel 23, derde lid, onderdeel a, bedoelde gevallen, voor zover het de gevallen betreft, bedoeld in bijlage 1, onder B, onderdeel III, Andere drogerende stoffen.

  2. De kosten worden betaald binnen tien weken nadat het besluit tot oplegging van het onderzoek aan betrokkene is bekendgemaakt, op de wijze zoals vermeld bij dat besluit.

  3. Indien betrokkene zich in een zodanige financiële situatie bevindt dat betaling binnen de termijn redelijkerwijs niet mogelijk is, kan de in het tweede lid genoemde termijn worden verlengd.

  4. Het CBR brengt kosten in rekening indien betrokkene niet of niet binnen de door het CBR gestelde termijn heeft meegewerkt aan het onderzoek zonder dat daarvoor naar het oordeel van het CBR een geldige reden van verhindering is opgegeven. In dat geval wordt het verschil tussen de kosten voor het bedoelde onderzoek en de kosten vanwege het niet verschijnen door het CBR terugbetaald aan degene die de in het eerste lid bedoelde kosten heeft betaald.

01-04-2023 Huidig 01-07-2020 Historisch 01-02-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-05-2018 Historisch 15-03-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-07-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-01-2016 Historisch 01-10-2015 Historisch 01-07-2015 Historisch 10-04-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-10-2014 Historisch 24-04-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-10-2012 Historisch 29-08-2012 Historisch 06-06-2012 Historisch 01-12-2011 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2015

Tekst van deze versie

  1. De kosten verbonden aan een onderzoek naar de geschiktheid komen voor rekening van de betrokken rijbewijshouder:

    1. in de in artikel 23, eerste lid, bedoelde gevallen, en

    2. in de in artikel 23, derde lid, onderdeel a, bedoelde gevallen, voor zover het de gevallen betreft, bedoeld in bijlage 1, onder B, onderdeel III, Andere drogerende stoffen.

  2. De in het eerste lid bedoelde kosten worden onderscheidenbetaald in:binnen tien weken nadat het besluit tot oplegging van het onderzoek aan betrokkene is bekendgemaakt, op de wijze zoals vermeld bij dat besluit.
  3. kostenIndien metbetrokkene betrekkingzich totin een zodanige financiële situatie bevindt dat betaling binnen de termijn redelijkerwijs niet mogelijk is, kan de in het opleggentweede vanlid hetgenoemde onderzoek,termijn dieworden € 330,– bedragen;verlengd.
  4. Het CBR brengt kosten metin betrekkingrekening totindien betrokkene niet of niet binnen de uitvoeringdoor het CBR gestelde termijn heeft meegewerkt aan het onderzoek zonder dat daarvoor naar het oordeel van diehet maatregel,CBR een geldige reden van verhindering is opgegeven. In dat geval wordt het verschil tussen de kosten voor het bedoelde onderzoek en de kosten vanwege het niet verschijnen door het CBR terugbetaald aan degene die de 726,–in bedragen.het eerste lid bedoelde kosten heeft betaald.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011