De bestuurder moet in staat zijn zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is.
Inhoud
Artikel 19 (Voertuig tijdig tot stilstand)
Tekst van deze versie
De bestuurder moet in staat zijn zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is.
Wat betekent deze regel?
Als je een voertuig bestuurt, moet je altijd zo rijden dat je binnen de afstand die je kunt zien en die vrij is van obstakels, kunt stoppen. Dit betekent dat je niet te hard mag rijden of te weinig afstand mag houden, zodat je op tijd kunt remmen als er iets onverwachts gebeurt.
Waarom is deze regel er?
Deze regel zorgt ervoor dat je altijd veilig kunt reageren op wat er op de weg gebeurt. Zo voorkom je ongelukken doordat je niet te snel rijdt of te dicht op anderen rijdt, vooral bij slecht zicht of druk verkeer.
Wanneer geldt deze regel?
Deze regel geldt altijd tijdens het rijden, ongeacht het soort weg of het weer. Of je nu op een snelweg, een stadsstraat of een landweg rijdt, je moet altijd kunnen stoppen binnen de afstand die je kunt overzien en die vrij is.
Hoe pas je dit toe in de praktijk?
Let goed op het zicht en de wegomstandigheden. Pas je snelheid aan als het zicht beperkt is, bijvoorbeeld door mist, regen of bochten. Houd voldoende afstand tot andere voertuigen en wees alert op onverwachte situaties. Zo kun je veilig stoppen als dat nodig is.
Nog geen automatische verwijzingen.