Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

Inhoud

Artikel 24 (Parkeerverboden)

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2026.
  1. De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren:

    1. bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan;

    2. voor een inrit of een uitrit;

    3. buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;

    4. op een parkeergelegenheid:

      1. voor zover zijn voertuig niet behoort tot de op het bord of op het onderbord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen;

      2. op een andere wijze of met een ander doel dan op het bord of op het onderbord is aangegeven;

      3. op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden;

    5. langs een gele onderbroken streep;

    6. op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen;

    7. op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 van bijlage I, indien voor zijn voertuig geen vergunning tot parkeren op die plaats is verleend.

  2. Indien onder de verkeersborden E4 tot en met E8, E12 en E13 van bijlage 1, op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, gelden de uit het bord of onderbord voortvloeiende geboden of verboden slechts gedurende de aangegeven dagen of uren.

  3. De bestuurder mag zijn voertuig niet dubbel parkeren.

  4. Indien een parkeergelegenheid, aangeduid met een van de verkeersborden E4 tot en met E10, E12 of E13 van bijlage 1, is voorzien van parkeervakken, mag slechts in die vakken worden geparkeerd.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren:

    1. bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan;

    2. voor een inrit of een uitrit;

    3. buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;

    4. op een parkeergelegenheid:

      1. voor zover zijn voertuig niet behoort tot de op het bord of op het onderbord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen;

      2. op een andere wijze of met een ander doel dan op het bord of op het onderbord is aangegeven;

      3. op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden;

    5. langs een gele onderbroken streep;

    6. op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen;

    7. op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 van bijlage I, indien voor zijn voertuig geen vergunning tot parkeren op die plaats is verleend.

  2. Indien onder de verkeersborden E4 tot en met E8, E12 en E13 van bijlage 1, op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, gelden de uit het bord of onderbord voortvloeiende geboden of verboden slechts gedurende de aangegeven dagen of uren.

  3. De bestuurder mag zijn voertuig niet dubbel parkeren.

  4. Indien een parkeergelegenheid, aangeduid met een van de verkeersborden E4 tot en met E10, E12 of E13 van bijlage 1, is voorzien van parkeervakken, mag slechts in die vakken worden geparkeerd.

Nog geen automatische verwijzingen.

Beta: feitcodes bij artikelen zijn nog in ontwikkeling en kunnen onvolledig zijn.
2 feitcode(s)
R 397 J M
Overtreden artikel als bestuurder een voertuig parkeren - op een parkeergelegenheid aangeduid door één van de borden E4 tot en met E10, E12 of E13 van de bijlage I buiten de aangegeven parkeervakken
Bron: Tekstenbundel 2026 JSON
R 398 M
als bestuurder een voertuig dubbel parkeren
Bron: Tekstenbundel 2026 JSON
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)