Schepenwet

Inhoud

Artikel 29

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. Het hoofd van de scheepvaartinspectie stelt, met inachtneming van het voorschrift in het derde lid van artikel 27 gegeven, nopens elke te zijner kennis gekomen scheepsramp een onderzoek in of doet dit instellen door een of meer der in artikel 10 bedoelde ambtenaren en deelt de uitkomsten van dit onderzoek zoo spoedig mogelijk onder overlegging van stukken aan den voorzitter van den Raad mede, vergezeld van zijn voorstel om met het oog op aard en omvang van de ramp al dan niet een onderzoek daarnaar door den Raad te doen instellen. Hij kan daarbij eene opgave indienen van de getuigen en deskundigen, wier verhoor tijdens de behandeling voor den Raad hij noodig acht. Betreft de scheepsramp een schip, varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, dan treedt een aldaar daartoe aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie op en worden de uitkomsten van het onderzoek met de stukken aan de in artikel 26<em>bis</em> genoemde commissie ter hand gesteld, die hiermede handelt als voor de Raad voor de Scheepvaart is voorgeschreven.

  2. Over het voorstel van het hoofd van de scheepvaartinspectie om al dan niet een onderzoek in te stellen wordt beslist door eene commissie uit den Raad, bestaande uit den voorzitter en twee door dezen opgeroepen leden. Wijst deze commissie het voorstel af, dan heeft het hoofd van de scheepvaartinspectie het recht te vorderen, dat de Raad de beslissing herziet, waarna de voorzitter zoo spoedig mogelijk den Raad bijeenroept, die - na het hoofd van de scheepvaartinspectie te hebben gehoord - ter zake eene eindbeslissing neemt. De leden der commissie, met uitzondering van den voorzitter, nemen aan deze zitting geen deel.

01-07-2026 Huidig 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Het hoofd van de scheepvaartinspectie stelt, met inachtneming van het voorschrift in het derde lid van artikel 27 gegeven, nopens elke te zijner kennis gekomen scheepsramp een onderzoek in of doet dit instellen door een of meer der in artikel 10 bedoelde ambtenaren en deelt de uitkomsten van dit onderzoek zoo spoedig mogelijk onder overlegging van stukken aan den voorzitter van den Raad mede, vergezeld van zijn voorstel om met het oog op aard en omvang van de ramp al dan niet een onderzoek daarnaar door den Raad te doen instellen. Hij kan daarbij eene opgave indienen van de getuigen en deskundigen, wier verhoor tijdens de behandeling voor den Raad hij noodig acht. Betreft de scheepsramp een schip, varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, dan treedt een aldaar daartoe aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie op en worden de uitkomsten van het onderzoek met de stukken aan de in artikel 26<em>bis</em> genoemde commissie ter hand gesteld, die hiermede handelt als voor de Raad voor de Scheepvaart is voorgeschreven.

  2. Over het voorstel van het hoofd van de scheepvaartinspectie om al dan niet een onderzoek in te stellen wordt beslist door eene commissie uit den Raad, bestaande uit den voorzitter en twee door dezen opgeroepen leden. Wijst deze commissie het voorstel af, dan heeft het hoofd van de scheepvaartinspectie het recht te vorderen, dat de Raad de beslissing herziet, waarna de voorzitter zoo spoedig mogelijk den Raad bijeenroept, die - na het hoofd van de scheepvaartinspectie te hebben gehoord - ter zake eene eindbeslissing neemt. De leden der commissie, met uitzondering van den voorzitter, nemen aan deze zitting geen deel.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Schepenwet