Wet veiligheidsregio’s

Inhoud

Artikel 64

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 12-06-2026.
Deze versie geldt vanaf 12-06-2026.
  1. Overtreding van de regels, gesteld krachtens artikel 3, tweede en derde lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

  2. De raad van een gemeente kan bij verordening bepalen dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd voor overtreding van de regels, gesteld krachtens artikel 3, tweede en derde lid. De boete is niet hoger dan de geldboete, bedoeld in het eerste lid.

  3. Overtreding van het bij of krachtens artikel 30 bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

  4. Overtreding van het bij of krachtens artikel 31, tweede, vijfde en zesde lid bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

  5. In geval van overtreding van artikel 31, tweede lid, kan als bijkomende straf worden opgelegd gehele of gedeeltelijke stillegging van de inrichting voor een tijd van ten hoogste een jaar.

  6. Handelen in strijd met de artikelen 48, eerste lid, en 50, tweede lid, is een strafbaar feit, indien dat handelen in de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 48, zesde lid, onderscheidenlijk artikel 50, derde lid, is aangeduid als strafbaar feit.

  7. De in het eerste en vierde lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.

12-06-2026 Huidig 01-07-2025 Historisch 12-02-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 20-06-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-05-2022 Historisch 24-03-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Overtreding van de regels, gesteld krachtens artikel 3, tweede en derde lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

  2. De raad van een gemeente kan bij verordening bepalen dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd voor overtreding van de regels, gesteld krachtens artikel 3, tweede en derde lid. De boete is niet hoger dan de geldboete, bedoeld in het eerste lid.

  3. Overtreding van het bij of krachtens artikel 30 bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

  4. Overtreding van het bij of krachtens artikel 31, tweede, vijfde en zesde lid bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

  5. In geval van overtreding van artikel 31, tweede lid, kan als bijkomende straf worden opgelegd gehele of gedeeltelijke stillegging van de inrichting voor een tijd van ten hoogste een jaar.

  6. Handelen in strijd met de artikelen 48, eerste lid, en 50, tweede lid, is een strafbaar feit, indien dat handelen in de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 48, zesde lid, onderscheidenlijk artikel 50, derde lid, is aangeduid als strafbaar feit.

  7. De in het eerste en vierde lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet veiligheidsregio’s