De opsporingsambtenaren kunnen te allen tijde op plaatsen waar zij redelijkerwijs kunnen vermoeden dat wapens of munitie aanwezig zijn, ter inbeslagneming doorzoeking doen.
Inhoud
Artikel 49 (Doorzoeking o.b.v. WWM)
Annotaties
Tekst van deze versie
De opsporingsambtenaren kunnen te allen tijde op plaatsen waar zij redelijkerwijs kunnen vermoeden dat wapens of munitie aanwezig zijn, ter inbeslagneming doorzoeking doen.
Wat staat hier?
Dit artikel geeft opsporingsambtenaren (vaak de politie of de marechaussee) de bevoegdheid om een plaats te doorzoeken als zij daar redelijkerwijs vermoeden dat wapens of munitie aanwezig zijn. Daarvoor is geen verdenking nodig, maar er moet wel voldoende aanleiding zijn.
Waarom bestaat deze regel?
Het doel is om snel te kunnen ingrijpen als er mogelijk wapens of munitie aanwezig zijn. Zo kan gevaar voor de veiligheid worden beperkt en kunnen verboden voorwerpen in beslag worden genomen.
Wat betekent dit in de praktijk?
Als de politie of een andere opsporingsambtenaar een goede reden heeft om te denken dat er wapens of munitie op een bepaalde plek liggen, mag die plek worden onderzocht. Vindt men wapens of munitie, dan kunnen die worden meegenomen.
Belangrijk om te onthouden
De bevoegdheid geldt niet zomaar overal. Er moet wel een redelijk vermoeden zijn dat er wapens of munitie aanwezig zijn. Als de bevoegdheid wordt toegepast in een woning is er nog wel een machtiging van de AWBI, vaak afgegegeven door een hulpofficier van justitie, nodig.