-
Indien met betrekking tot de erfbelasting een belastingaanslag met een door de belastingplichtige te betalen bedrag aan belasting wordt vastgesteld, wordt met betrekking tot die belastingaanslag rente – belastingrente – in rekening gebracht.
-
De belastingrente wordt enkelvoudig berekend:
indien het betreft een belastingaanslag ter zake van een overlijden: over het tijdvak dat aanvangt twintig maanden na het overlijden en eindigt op de dag voorafgaand aan de dag waarop de belastingaanslag invorderbaar is ingevolge artikel 9 van de Invorderingswet 1990;
indien het betreft een belastingaanslag ter zake van een verkrijging ten gevolge van de vervulling van een voorwaarde: over het tijdvak dat aanvangt twintig maanden na de dag van de vervulling van de voorwaarde en eindigt op de dag voorafgaand aan de dag waarop de belastingaanslag invorderbaar is ingevolge artikel 9 van de Invorderingswet 1990;
indien het betreft een belastingaanslag als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van de Natuurschoonwet 1928: over het tijdvak dat aanvangt op de dag dat zich een van de gevallen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Natuurschoonwet 1928, voordoet en eindigt op de dag voorafgaand aan de dag waarop de belastingaanslag invorderbaar is ingevolge artikel 9 van de Invorderingswet 1990.
De renteberekening heeft als grondslag het te betalen bedrag aan belasting.
-
Indien de belastingaanslag is vastgesteld overeenkomstig een verzoek of overeenkomstig de aangifte, eindigt het tijdvak waarover de belastingrente wordt berekend in afwijking in zoverre van het tweede lid uiterlijk 14 weken na de datum van ontvangst van het verzoek, onderscheidenlijk 19 weken na de datum van ontvangst van de aangifte. Ingeval het betreft een navorderingsaanslag die is vastgesteld naar aanleiding van een verzoek, eindigt het tijdvak waarover de belastingrente wordt berekend in afwijking in zoverre van de eerste volzin uiterlijk 12 weken na de datum van de ontvangst van het verzoek.
-
Geen belastingrente wordt in rekening gebracht ingeval de belastingaanslag ter zake van een overlijden is vastgesteld overeenkomstig een verzoek of overeenkomstig een ingediende aangifte indien het verzoek, onderscheidenlijk de aangifte, is ontvangen voor de eerste dag van de eenentwintigste maand na het overlijden.
-
Indien een belastingaanslag ter zake waarvan belastingrente in rekening is gebracht naar aanleiding van een bezwaarschrift, een daaropvolgende gerechtelijke procedure of een ambtshalve vermindering wordt verminderd of wordt vernietigd, wordt de eerder in rekening gebrachte rente naar evenredigheid verminderd, onderscheidenlijk vernietigd.
-
Voor de toepassing van dit artikel geldt als het te betalen bedrag aan belasting, het bedrag na de verrekening ingevolge artikel 15.
-
Met betrekking tot het tweede lid, onderdelen a en b, en het vierde lid is artikel 45, tweede lid, van de Successiewet 1956 van overeenkomstige toepassing.
Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk III Heffing van belasting bij wege van aanslag
Hoofdstuk IV Heffing van belasting bij wege van voldoening of afdracht op aangifte
Hoofdstuk IVbis Terugvordering van staatssteun
Hoofdstuk IVA Basisregistratie inkomen
Hoofdstuk V Bezwaar en beroep
Afdeling 1a Massaal bezwaar
Afdeling 2 Beroep
Afdeling 2a Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad
Afdeling 3 Hoger beroep
Afdeling 4 Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
- Artikel 27i
- Artikel 27j
- Artikel 27k
- Artikel 27l
- Artikel 27m
- Artikel 27n
- Artikel 27o
- Artikel 27p
- Artikel 27q
- Artikel 27r
- Artikel 27s
- Artikel 28
- Artikel 28a
- Artikel 28b
- Artikel 29
- Artikel 29a
- Artikel 29b
- Artikel 29c
- Artikel 29d
- Artikel 29e
- Artikel 29f
- Artikel 29g
- Artikel 29h
- Artikel 29i
- Artikel 30
- Artikel 30a
- Artikel 30b
- Artikel 30c
- Artikel 30d
- Artikel 30e
Hoofdstuk VA Belastingrente en revisierente
Hoofdstuk VI Bevordering van de richtige heffing
Hoofdstuk VII Bepalingen ter voorkoming van dubbele belasting
Hoofdstuk VIII Bijzondere bepalingen
Afdeling 1 Vertegenwoordiging buiten rechte
Afdeling 2 Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing
Afdeling 3 Domiciliekeuze en uitreiking van stukken
Afdeling 4 Overschrijding van termijnen
Afdeling 5 Toekenning van bevoegdheden
Afdeling 5a Inzage in de belastingplichtige of inhoudingsplichtige betreffende gegevens
Afdeling 6 Geheimhouding
Hoofdstuk VIIIA Bestuurlijke boeten
Afdeling 1 Overtredingen
Paragraaf 1 Verzuimboeten
Paragraaf 2 Vergrijpboeten
Afdeling 2 Aanvullende voorschriften inzake het opleggen van bestuurlijke boeten
Afdeling 3 Openbaarmaking van de boetebeschikking
Hoofdstuk IX Strafrechtelijke bepalingen
Afdeling 1 Strafbare feiten
Afdeling 1A Strafbare feiten in algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen
Afdeling 2 Algemene bepalingen van strafrecht
Afdeling 2A Aanvullende algemene bepalingen van strafrecht (douane)
Afdeling 3 Algemene bepalingen van strafvordering
Afdeling 4 Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 30g
Actueel
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.