-
De bevoegdheid om aan een ander dan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige een bestuurlijke boete als bedoeld in de artikelen 67a, eerste lid, en 67d, eerste lid, op te leggen vervalt door verloop van drie jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden.
-
De bevoegdheid om aan een ander dan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige een bestuurlijke boete als bedoeld in de artikelen 67c, eerste lid, 67e, eerste lid, en 67f, eerste lid, op te leggen vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden.
-
In afwijking van het tweede lid vervalt de bevoegdheid om aan een ander dan de belastingplichtige een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 67e, eerste lid, op te leggen door verloop van twaalf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden, indien navordering mogelijk is met toepassing van artikel 16, vierde lid, of artikel 66, vierde lid, van de Successiewet 1956.
-
In afwijking van het tweede lid vervalt de bevoegdheid om aan een ander dan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige een bestuurlijke boete als bedoeld in de artikelen 67c, eerste lid, en 67f, eerste lid, op te leggen door verloop van twaalf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden, indien naheffing mogelijk is met toepassing van artikel 20, vierde lid.
Inhoud
Artikel 67ob
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2025.
11-04-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
31-12-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-01-2024
Historisch
31-12-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-10-2021
Historisch
01-07-2021
Historisch
07-05-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-10-2020
Historisch
01-07-2020
Historisch
23-06-2020
Historisch
01-06-2020
Historisch
15-04-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-01-2020
Tekst van deze versie
-
De bevoegdheid om aan een ander dan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige een bestuurlijke boete als bedoeld in de artikelen 67a, eerste lid, en 67d, eerste lid, op te leggen vervalt door verloop van drie jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden.
- De bevoegdheid om aan een ander dan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige een bestuurlijke boete als bedoeld in de artikelen 67c, tweedeeerste lid, 67e, eerste lid, en 67f, derdeeerste lid, op te leggen vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden.
- In afwijking van het tweede lid vervalt de bevoegdheid om aan een ander dan de belastingplichtige een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 67e, eerste lid, op te leggen door verloop van twaalf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden, indien navordering mogelijk is met toepassing van artikel 16, vierde lid, of artikel 66, vierde lid, van de Successiewet 1956.
- In afwijking van het tweede lid vervalt de bevoegdheid om aan een ander dan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige een bestuurlijke boete als bedoeld in de artikelen 67c, eerste lid, en 67f, eerste lid, op te leggen door verloop van twaalf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden, indien naheffing mogelijk is met toepassing van artikel 20, vierde lid.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.