-
Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
-
Degene die op een openbare plaats
aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
-
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
-
Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod.
-
Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
-
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Algemene plaatselijke verordening 2015. BETA Foutje gevonden?
Inhoud
Paragraaf
Artikel 2:1a
Gebiedsontzegging
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid aan diegene die strafbare feiten verricht of zich gedraagt in strijd met de wettelijke bepalingen van deze verordening, een verbod opleggen zich te bevinden in een door de burgemeester aangewezen gebied en de daarin gelegen voor publiek toegankelijke gebouwen en inrichtingen.
-
Het verbod geldt gedurende de periode van maximaal 4 weken.
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid aan diegene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie binnen zes maanden na het opleggen van dit verbod wordt geconstateerd dat hij/zij zich opnieuw gedraagt in strijd met de in het eerste lid bedoelde wettelijke bepalingen en/of indien hij/zij de opgelegde gebiedsontzegging overtreedt, een verbod opleggen zich te bevinden in een door de burgemeester aangewezen gebied en in de daarin gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en inrichtingen op de door de burgemeester genoemde tijdstippen voor een tijdvak van maximaal 8 weken.
-
De burgemeester kan bepalen dat aan de gebiedsontzegging nadere voorschriften worden verbonden.
-
De burgemeester beperkt de in het eerste of derde lid genoemde geboden, indien dat in het verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
-
Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod.
-
Het gebiedsverbod geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.