Algemene plaatselijke verordening 2015. BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Hoofdstuk

In deze verordening wordt verstaan onder:

Artikel 1:2

Beslistermijn

  1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag, tenzij in deze verordening een andere termijn is bepaald.

  2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.

  3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 1:3

Termijn indiening aanvraag/melding

  1. Een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minimaal drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft. Een melding wordt gedaan minimaal drie weken voor het tijdstip waarop de activiteit plaatsvindt waarop de melding betrekking heeft.

  2. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen, ontheffingen of meldingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste twaalf weken.

Artikel 1:4

Voorschriften en beperkingen

  1. Aan een vergunning, ontheffing of meldingsplichtige activiteit kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning, ontheffing of melding is vereist.

  2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend of wiens melding is geaccepteerd, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

  3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:5

Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing

  1. De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:6

Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

  1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

    1. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    2. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

    3. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

    4. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of

    5. indien de houder dit verzoekt.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:7

Termijnen

  1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

  2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd indien het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

Artikel 1:8

Gronden voor weigering van een vergunning of ontheffing en voor het verbieden van een meldingsplichtige activiteit

  1. Een vergunning en ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd en de activiteit waarop een melding betrekking heeft kan worden verboden in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. de openbare veiligheid;

    3. de volksgezondheid;

    4. de bescherming van het milieu.

  2. Een vergunning of ontheffing kan worden geweigerd en de activiteit waarop een melding betrekking heeft kan worden verboden als het tijdstip waarop de aanvraag is ingediend of de melding is gedaan niet voldoet aan de voor die vergunning, ontheffing of melding geldende aanvraag- dan wel meldtermijn als bedoeld in artikel 1:3.

Artikel 1:9

Afzonderlijke bepalingen voor delen van de gemeente

De raad kan in afwijking of ter aanvulling van de bepalingen van deze verordening afzonderlijke regels vaststellen voor delen van de gemeente.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening 2015.