Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Hoofdstuk

Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.

Artikel 3.1.1

Begripsomschrijvingen

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. advertentie: elke commerciële uiting in een medium die een seksbedrijf of een sekswerker onder de aandacht van het publiek brengt;

  2. beheerder: de natuurlijke persoon of personen die door de exploitant is/zijn aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf of escortbedrijf;

  3. bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester;

  4. bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van de exploitant, de beheerder, de sekswerker, het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is, toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2, andere personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is;

  5. escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot sekswerk in de vorm van bemiddeling tussen klant en sekswerker. De zelfstandige escort zonder personeel valt niet onder de term escortbedrijf;

  6. exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend;

  7. klant: degene die gebruik maakt van de diensten van een sekswerker of seksinrichting;

  8. raamsekswerkbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot sekswerk, waarbij het werven van klanten gebeurt door een sekswerker die zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke plaats;

  9. sekswerk: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling of een andere tegenprestatie;

  10. sekswerker: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van sekswerk;

  11. seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, gelegenheid geven tot sekswerk of tot het verrichten van seksuele handelingen of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting. Onder een seksbedrijf vallen in ieder geval een erotische massagesalon, een bordeel, een seksclub, een privéhuis, een raamsekswerkbedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, met uitzondering van een thuissekswerker.

  12. seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;

  13. straatsekswerk: het zich op of aan de weg presenteren als sekswerker en/of als zodanig diensten aan te bieden, dan wel van deze diensten gebruik te maken en/of daartoe contact te leggen;

  14. thuissekswerker: de natuurlijke persoon die bedrijfsmatig, of in omvang alsof bedrijfsmatig wordt gewerkt, seksuele handelingen verricht in diens woning;

  15. werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht;

  16. zelfstandige escort: de natuurlijke persoon die bedrijfsmatig, of in omvang alsof bedrijfsmatig wordt gewerkt, seksuele handelingen verricht op een met de klant overeengekomen andere plaats dan in de woning van de sekswerker.

Artikel 3.2.1

Vergunning

  1. Het is verboden een seksbedrijf of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan.

  2. Het college kan nadere regels stellen voor een onpartijdige en transparante verlening van beschikbare vergunningen.

  3. Het aantal te verlenen vergunningen bedraagt ten hoogste acht, waarvan ten hoogste één vergunning per wijk.

  4. De vergunning wordt ten hoogste voor de duur van acht jaren verleend.

  5. Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd.

  6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

  7. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld.

Artikel 3.2.2

Aanvraag

  1. Een aanvraag om vergunning wordt ingediend middels een door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld formulier.

  2. Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:

    1. de persoonsgegevens van de exploitant;

    2. het bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

    3. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken;

    4. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;

    5. het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting;

    6. het maximaal aantal werkplekken in het seksbedrijf;

    7. het maximaal aantal gelijktijdig werkzame sekswerkers;

    8. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;

    9. een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de exploitant;

    10. voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant;

    11. een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst;

    12. bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf;

    13. een bedrijfsplan, zoals bedoeld in artikel 3.3.2.1;

    14. voor zover van toepassing, de plaatselijke ligging van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een situatieschets met een noordpijl en schaalaanduiding;

    15. voor zover van toepassing, de plattegrond van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een tekening met een schaalaanduiding.

  3. Als er een beheerder is aangesteld is het tweede lid, onder a tot en met c, i en j, van overeenkomstige toepassing op de beheerder.

  4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ter beoordeling van de aanvraag aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.

Artikel 3.2.3

Eisen met betrekking tot vergunning

  1. De vergunning vermeldt in ieder geval:

    1. de naam van de exploitant;

    2. voor zover van toepassing, die van de beheerder(s);

    3. voor welke activiteit de vergunning is verleend;

    4. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;

    5. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;

    6. voor zover van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend;

    7. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden;

    8. voor zover van toepassing, de geldigheidsduur van de vergunning;

    9. het zaaknummer van de vergunning.

  2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt.

Artikel 3.2.4

Weigeringsgronden

  1. Een vergunning wordt geweigerd als:

    1. de exploitant of de beheerder onder curatele staat;

    2. de exploitant of de beheerder is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is;

    3. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;

    4. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

    5. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het sekswerkers of overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;

    6. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een feit dat naar Nederlands recht een misdrijf zou opleveren onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden;

    7. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:

      1. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening;

      2. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht;

      3. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

      4. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994;

      5. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of

      6. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

    8. een maximum als bedoeld in artikel 3.2.1, derde lid, is vastgesteld en dit maximum al is bereikt;

    9. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan.

  2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder f en g, wordt gelijkgesteld:

    1. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf;

    2. betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of een onherroepelijk geworden strafbeschikking als bedoeld in artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom of geldboete minder dan € 375 bedraagt.

  3. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder f en g, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee.

  4. Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd:

    1. voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3.2.5, eerste lid, aanhef en onder a tot en met e, of derde lid, aanhef onder a tot en met h, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking;

    2. als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een seksbedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een seksbedrijf is uitgeoefend;

    3. als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van sekswerkers, klanten of bezoekers nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd;

    4. als het bedrijfsplan niet voldoet aan de eisen zoals gesteld in artikel 3.3.2.1;

    5. als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3.3.1.3 gestelde verplichtingen zal naleven;

    6. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften.

Artikel 3.2.5

Intrekkingsgronden

  1. De vergunning wordt ingetrokken als:

    1. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;

    2. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;

    3. is gehandeld in strijd met de artikelen 3.2.6, 3.3.1.4, aanhef en onder a, 3.3.2.1 en 3.3.1.3, eerste lid en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°;

    4. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;

    5. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.2.4, eerste lid, onder a tot en met g;

    6. de vergunninghouder dat verzoekt;

    7. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan.

  2. De periode van vijf jaar, bedoeld in artikel 3.2.4, eerste lid, onder f en g, wordt bij de intrekking van een vergunning gerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.

  3. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als:

    1. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;

    2. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;

    3. een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden;

    4. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c;

    5. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen;

    6. is gehandeld in strijd met artikel 3.3.1.3;

    7. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;

    8. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van sekswerkers, klanten of bezoekers;

    9. er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;

    10. gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

Artikel 3.2.6

Melding gewijzigde omstandigheden

De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3.2.3, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning voor de resterende looptijd van de oorspronkelijke vergunning, als het seksbedrijf aan de vereisten voldoet.

Artikel 3.3.1.1

Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang

  1. Het is de exploitant en de beheerder verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met donderdag tussen 01.00 uur en 09.00 uur en op vrijdag tot en met zondag tussen 02.00 uur en 09.00 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald.

  2. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers.

  3. Het is een sekswerker toegestaan zich gedurende de openingstijden en een half uur voor en/of na het sluitingsuur te bevinden in de seksinrichting waar deze sekswerker werkzaam is.

  4. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting.

Artikel 3.3.1.2

Tijdelijke afwijking sluitingsuur; (tijdelijke) sluiting

  1. Met het oog op de in artikel 3.2.4, vierde lid, sub c genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegde bestuursorgaan:

    1. tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.3.1.1, eerste lid, geldende sluitingsuren vaststellen;

    2. van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegde bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit tevens openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 3.3.1.3

Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder seksbedrijf

  1. De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het seksbedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend.

  2. De exploitant van een seksbedrijf draagt er zorg voor dat:

    1. de voor of bij het seksbedrijf werkzame sekswerkers redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen;

    2. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval;

      1. de voor of bij het seksbedrijf werkzame sekswerkers;

      2. de verhuuradministratie;

      3. met betrekking tot alle voor of bij het seksbedrijf werkzame sekswerkers, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3.3.2.1, tweede lid, onder k;

      4. de werkroosters van de beheerders;

    3. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders;

    4. medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden;

    5. onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting;

    6. onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur;

    7. gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het seksbedrijf.

Artikel 3.3.1.4

Adverteren

Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf:

  1. onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat sekswerkers die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen;

  2. geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld in artikel 3.2.3, eerste lid, onder e, van het nummer, bedoeld in artikel 3.2.3, eerste lid, onder i, en van de bedrijfsnaam;

    en

  3. vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan bedoeld onder b.

Artikel 3.3.2.1

Bedrijfsplan

  1. Een seksbedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft:

    1. op het gebied van hygiëne;

    2. ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de sekswerkers;

    3. ter bescherming van de gezondheid van de klanten;

    4. ter voorkoming van strafbare feiten.

  2. De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat:

    1. de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is;

    2. inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor sekswerkers;

    3. in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn;

    4. in de werkruimten voor de sekswerkers een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is;

    5. de sekswerker zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek;

    6. de sekswerker niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken;

    7. de sekswerker vrij is in de keuze van de arts(en) die de sekswerker wil bezoeken;

    8. de sekswerker klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor diens andere werkzaamheden gevolgen heeft;

    9. de sekswerker kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor diens werkzaamheden gevolgen heeft;

    10. aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin;

    11. de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de sekswerker voordat deze voor of bij de exploitant gaat werken, teneinde vast te stellen of de sekswerker voldoet aan de eisen die de exploitant hiervoor in het bedrijfsplan heeft opgenomen;

    12. de exploitant voor elke voor of bij de exploitant werkzame sekswerker kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden de sekswerker diensten aanbiedt;

    13. de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de sekswerker niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat de exploitant/beheerder in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt;

    14. de exploitant aan de voor of bij de exploitant werkzame sekswerkers informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een sekswerker wil stoppen met sekswerk;

    15. de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt.

  3. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning.

  4. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld.

  5. De rechten voor sekswerkers, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en uitgereikt aan elke in het seksbedrijf werkzame sekswerker in een taal die die betreffende sekswerker machtig is.

  6. In de seksinrichting wordt ten minste in de Nederlandse en Engelse taal en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een sekswerker klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken.

Artikel 3.3.3.1

Raamsekswerk

  1. Het is verboden buiten de daartoe door het college aangewezen locatie een seksinrichting te exploiteren gericht op raamsekswerk of om als zelfstandig werkende sekswerker zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen.

  2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing op een sekswerker die werkzaam is in een onder een raamsekswerkbedrijf vallende seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend.

Artikel 3.3.3.2

Straatsekswerk

  1. Het is verboden zich op of aan de weg te presenteren als sekswerker en/of als zodanig diensten aan te bieden, dan wel van deze diensten gebruik te maken of daartoe contact te leggen.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op of aan door het college aangewezen wegen of gebieden, gedurende door het college vastgestelde tijden mits degene die zich als sekswerker presenteert en/of als zodanig diensten aanbiedt, beschikt over een vergunning van het daartoe bevoegde bestuursorgaan.

  3. De vergunning wordt ten name van de sekswerker gesteld.

  4. De vergunning als bedoeld in het tweede lid wordt geweigerd indien:

    1. de sekswerker op de datum van aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt; of

    2. door vergunningverlening in strijd wordt gehandeld met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

  5. De vergunning als bedoeld in het tweede lid kan worden geweigerd:

    1. in het belang van de openbare orde;

    2. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;

    3. in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;

    4. in het belang van de veiligheid van personen of goederen;

    5. in het belang van de gezondheid of zedelijkheid.

  6. Het bevoegde gezag kan de vergunning bedoeld in het tweede lid intrekken indien:

    1. blijkt dat de vergunning is verleend ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave;

    2. indien door gebruikmaking van de vergunning de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast.

  7. Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden op of aan de op grond van het tweede lid door het college aangewezen wegen of gebieden, dan wel deze te verontreinigen.

  8. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

Artikel 3.3.3.3

Handhaving straatsekswerk

  1. Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3.3.3.2, eerste lid, kan door een politieambtenaar of toezichthouder het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

  2. Een politieambtenaar of toezichthouder kan een persoon die zich op een krachtens artikel 3.3.3.2, tweede lid, aangewezen weg bevindt, in het belang van de openbare orde, de woon- en leefomgeving, het voorkomen of beperken van overlast, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid van sekswerkers of klanten bevelen zich onmiddellijk in een door hem aangegeven richting te verwijderen.

  3. Met het oog op de in het tweede lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven een bevel geven zich gedurende ten hoogste drie maanden niet op te houden op krachtens artikel 3.3.3.2, tweede lid, aangewezen wegen.

  4. De burgemeester beperkt het in het derde lid bedoelde bevel, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk oordeelt.

Artikel 3.3.3.4

Sekswinkels

Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.

Artikel 3.3.3.5

Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke

  1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:

    1. als het bevoegde bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;

    2. anders dan overeenkomstig de door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

Artikel 3.3.3.6

Beëindiging exploitatie

  1. De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.2.2, tweede lid, onder a, op de vergunning vermelde exploitant de exploitatie van het seksbedrijf of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.

  2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegde bestuursorgaan.

Artikel 3.3.3.7

Wijziging beheer

  1. Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.2.2, derde lid, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het bevoegde bestuursorgaan.

  2. Het beheer kan slechts worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegde bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3.2.4, vierde lid, aanhef en onder e, is van overeenkomstige toepassing.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem