-
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:
de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan;
de exploitant of beheerder van slecht levensgedrag is;
naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
-
De burgemeester kan de vergunning weigeren in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
-
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting:
in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover:
de activiteiten van de openbare inrichting ondergeschikt zijn aan de winkelactiviteit;
de openbare inrichting maximaal 20% van het totale overdekte en omsloten brutovloeroppervlak bedraagt met een maximum van 150 m² winkelvloeroppervlak of 200 m² brutovloeroppervlak;
voor de openbare inrichting dezelfde sluitingstijden gelden als voor de winkel;
de openbare inrichting tijdens openingsuren van de winkel openbaar toegankelijk is;
de toegang tot de openbare inrichting uitsluitend via de hoofdingang van de hoofdactiviteit te bereiken is;
in een zorginstelling, uitvaartcentrum, kerk of ziekenhuis;
in een museum of bibliotheek;
zijnde een bedrijfskantine of bedrijfsrestaurant;
waarvoor tevens op grond van artikel 3 van de Alcoholwet een vergunning is verleend;
bij sportverenigingen en instellingen belast met het beheer van buurt- en clubhuizen;
op de luchtzijde (airside) van Luchthaven Schiphol;
zijnde een camping met maximaal 25 kampeerplaatsen.
-
De exploitatievergunningplicht is altijd van toepassing op coffeeshops en waterpijpcafés.
-
De burgemeester is bevoegd om in het belang van de openbare orde en veiligheid en bij onevenredige overlast het vierde lid voor een individuele openbare inrichting buiten toepassing te verklaren.
-
Het college kan, in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en het voorkomen van overlast, nadere regels stellen ten behoeve van de exploitatie van openbare inrichtingen.
-
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Inhoud
Artikel 2:28A
Exploitatie openbare inrichting
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.