Algemene Plaatselijke Verordening 2021 BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Paragraaf

AFDELING 6 VEILIGHEID OP DE WEG

Artikel 2:15

Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp

Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.

Artikel 2:16

Openen straatkolken en dergelijke

Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.

Artikel 2:18

Rookverbod in bossen en natuurterreinen

  1. Het is verboden te roken in bossen, op veengronden en in natuurterreinen of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende een door het college aangewezen periode.

  2. Het is verboden in bossen, op veengronden en in natuurterreinen of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voor zover het de openlucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.

  3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.

  4. Het verbod in het eerste lid is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.

Artikel 2:19

Elektriciteitssnoer/kabel boven, op of naast de weg

  1. Het is verboden een elektriciteitssnoer/kabel voor het opladen van elektrische auto’s, aanhangwagens en/of andere (vakantie)voer- of vaartuigen boven, op of naast de weg te leggen.

  2. Het verbod is niet van toepassing bij het gebruik van een door of namens de gemeente geplaatste laadpaal.

  3. Het college kan in nadere regels bepalen wanneer het verbod voorts niet geldt.

Artikel 2:21

Voorzieningen voor verkeer en verlichting

(Verplaatst naar Verordening fysiek domein)

Artikel 2:22

Objecten onder hoogspanningslijn

(Verplaatst naar Verordening fysiek domein)

Artikel 2:23

Veiligheid op het ijs

  1. Het is verboden:

    1. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;

    2. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening 2021