1. Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. Het eerste lid geldt niet voor:

    1. een inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de exploitatie van deze inrichting ondergeschikt is aan de winkelactiviteit; of

    2. bedrijfskantines en inrichtingen in zorginstellingen, musea, scholen, uitvaartcentra en kerken, voor zover aan de exploitatie van die inrichtingen geen zelfstandige betekenis toekomt en deze uitsluitend gericht is op de bezoekers/gebruikers van de instelling waar de inrichting onderdeel van uitmaakt.

  3. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.