Algemene Plaatselijke Verordening 2026 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 15-06-2026, laatste wijziging 08-06-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering para commerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden en speelautomatenhallen
Afdeling Toezicht op winkelbedrijven
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade.
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering sekswerk, seksbranche en aanverwante onderwerpen.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk

Regulering sekswerk, seksbranche en aanverwante onderwerpen.

Artikel 3:1

Afbakening

De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.

Artikel 3:2

Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  1. advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt;

  2. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf en aanwezig is;

  3. bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester;

  4. bezoeker; degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van:

    1. de exploitant, zijn/haar levenspartner en hun directe gezinsleden;

    2. de beheerder, zijn/haar levenspartner en hun directe gezinsleden;

    3. het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;

    4. toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6:2 van deze verordening;

    5. andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is;

  5. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt, dan wel gelegenheid geeft tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;

  6. exploitant: de natuurlijke persoon of personen of de bestuurder van een rechtspersoon of rechtspersonen, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend;

  7. klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een seksbedrijf of een sekswerker aangeboden seksuele diensten;

  8. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;

  9. seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot sekswerk of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling. Onder seksbedrijf wordt tevens begrepen escortbedrijf, prostitutiebedrijf en raamprostitutiebedrijf en seksinrichting;

  10. seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een seksbedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

  11. sekswerk: de uitwisseling van seksuele diensten (waaronder seksuele handelingen, striptease, pornoacteurs en sekstelefonisten) tussen instemmende volwassenen tegen een bepaalde vorm van beloning, prostitutie is hier een onderdeel van;

  12. sekswerker: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;

  13. sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd.

  14. werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht.

Artikel 3:3

Nadere regels

Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit hoofdstuk.

Artikel 3:4

Vergunning

  1. Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.

  2. Het bevoegde bestuursorgaan draagt zorg voor een onpartijdige en transparante verlening van de beschikbare vergunning.

  3. Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd.

  4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

  5. Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend.

  6. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld

Artikel 3:4a

Aanvraag vergunning

  1. Een aanvraag om vergunning wordt ingediend middels een door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld formulier.

  2. Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:

    1. persoonsgegevens van de exploitant;

    2. nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

    3. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken;

    4. het adres van het seksbedrijf en onderliggende seksinrichtingen;

    5. telefoonnummer dat in advertenties zal worden gebruikt;

    6. geldig identiteitsbewijs en verblijfstitel van de exploitant;

    7. actuele verklaring betalingsgedrag en fiscale naleving verstrekt door de belastingdienst;

    8. bewijs van recht tot gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf;

    9. situatieschets en plattegrond van de seksinrichting (indien van toepassing) voorzien van een noordpijl met schaalaanduiding;

    10. een bedrijfsplan dat voldoet aan de eis gesteld in art 3.6c;

    11. een vastgesteld hygiënerapport van de GGD, afdeling Hygiëne en Inspectie. Dit rapport mag maximaal één jaar oud zijn;

    12. het formulier Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob).

    13. indien van toepassing: arbeidsovereenkomst van beheerders;

    14. indien van toepassing: verklaring waaruit blijkt dat de exploitant bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen.

  3. Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens verlangen.

  4. Indien een beheerder is aangesteld, zijn de relevante gegevens ook op hem van toepassing.

Artikel 3:4b

Eisen met betrekking tot vergunning

  1. De vergunning vermeld in ieder geval:

    1. de naam van de exploitant;

    2. voor zover van toepassing, die van de leidinggevende/beheerder;

    3. voor welke activiteit de vergunning is verleend;

    4. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;

    5. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;

    6. voor zover van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend;

    7. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden;

    8. voor zover van toepassing, de geldigheidsduur van de vergunning;

    9. het nummer van de vergunning.

  2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend en tevens dat aan de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij/zij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt.

Artikel 3:5

Gedragseisen exploitant en beheerder

  1. De exploitant en de beheerder:

    1. staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;

    2. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en

    3. hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.

  2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant en beheerder niet:

    1. met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;

    2. binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;

    3. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:

      1. bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;

      2. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 250a (oud), 252, 273af, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;

      3. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;

      4. de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen;

      5. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;

      6. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

  3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld:

    1. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;

    2. een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.

  4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:

    1. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;

    2. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.

  5. De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of de beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.

Artikel 3:5a

Meldingsplicht

  1. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens:

    1. Een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven;

    2. De aantekening door te laten halen dat een leidinggevende geen bemoeienis heeft met de bedrijfsvoering of de exploitatie van de seksinrichting.

  2. Deze melding geldt als aanvraag tot wijziging van de vergunning/aanhangsel.

  3. De burgemeester bevestigt onverwijld schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de aanvraag.

  4. De burgemeester weigert de wijziging van de vergunning/aanhangsel:

    1. Indien de persoon bedoeld in het eerste lid, niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 3:5 gestelde eisen;

    2. In het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  5. Alvorens te beslissen op een aanvraag tot wijziging van de vergunning/aanhangsel kan het bureau bevordering integriteitsbeoordelingen, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen, door het openbaar bestuur om een advies als bedoeld in artikel 9 van die Wet worden gevraagd.

Artikel 3:6

Sluitingstijden, aanwezigheid en toegang

  1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven van maandag tot en met zondag tussen 04:00 uur en 06:00 uur.

  2. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers.

  3. Personen onder de 18 jaar mogen niet aanwezig zijn.

Artikel 3:6a

Adverteren

Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf:

  1. geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld in artikel 3:4b, eerste lid, onder e en van de bedrijfsnaam;

  2. vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan bedoeld onder a; en

  3. als het een seksbedrijf betreft, onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat sekswerkers die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.

Artikel 3:6b

Leeftijd en verblijfstitel sekswerkers; verbod werken voor een onvergund seksbedrijf

  1. Sekswerk vindt uitsluitend plaats door een sekswerker die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt.

  2. Het is een exploitant verboden een sekswerker voor of bij zich te laten werken die:

    1. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt;

    2. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000.

  3. Het is een sekswerker verboden:

    1. te handelen in strijd met het eerste lid;

    2. werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een seksbedrijf is verleend.

Artikel 3:6c

Bedrijfsplan

  1. Een seksbedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft:

    1. op het gebied van hygiëne;

    2. ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de sekswerkers;

    3. ter bescherming van de gezondheid van de klanten;

    4. ter voorkoming van strafbare feiten.

  2. De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat:

    1. de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is;

    2. inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor sekswerkers;

    3. in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn;

    4. in de werkruimten voor de sekswerkers een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is;

    5. de sekswerker zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek;

    6. de sekswerker niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken;

    7. de sekswerker vrij is in de keuze van de arts(en) die zij/hij wil bezoeken;

    8. de sekswerker klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar/zijn andere werkzaamheden gevolgen heeft;

    9. de sekswerker kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar/zijn werkzaamheden gevolgen heeft;

    10. aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin;

    11. de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de sekswerker voordat deze voor of bij hem/haar gaat werken, teneinde vast te stellen of zij/hij voldoet aan de eisen die hij/zij hiervoor in zijn/haar bedrijfsplan heeft opgenomen;

    12. de exploitant voor elke voor of bij hem/haar werkzame sekswerker kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden de sekswerker haar/zijn diensten aanbiedt;

    13. de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de sekswerker niet door derden gedwongen wordt tot sekswerk en dat hij/zij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt;

    14. de exploitant aan de voor of bij hem/haar werkzame sekswerkers informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een sekswerker wil stoppen met haar/zijn werk in de sekswerk;

    15. de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt.

  3. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning.

  4. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld.

  5. De rechten voor sekswerkers, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar/hem begrijpelijke taal uitgereikt aan elke sekswerker die werkzaam is voor of bij de exploitant.

  6. In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een sekswerker klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken.

  7. De exploitant stelt een externe en door de gemeente goedgekeurde vertrouwenspersoon aan en beschrijft dit in het bedrijfsplan.

Artikel 3:6d

Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder seksbedrijf

  1. De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het seksbedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend.

  2. De exploitant van een seksbedrijf draagt er zorg voor dat:

    1. de voor of bij het seksbedrijf werkzame sekswerkers redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen;

    2. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval;

      1. de voor of bij het seksbedrijf werkzame sekswerkers

      2. de verhuuradministratie;

      3. met betrekking tot alle voor of bij het seksbedrijf werkzame sekswerkers, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:15, tweede lid, onder k;

      4. de werkroosters van de beheerders;

      5. een overzicht per sekswerker waarop vermeld staat wanneer deze sekswerker in de seksinrichting werkzaamheden heeft verricht;

      6. de verslagen van de getekende intake- en vervolgformulieren en gesprekken.

        Met betrekking tot de hiervoor onder 1°, 2°, 5° en 6° genoemde bescheiden, geldt dat deze wel tot een uniek nummer of ander kenmerk te herleiden moeten zijn, maar dat niet is vereist dat deze herleidbaar zijn tot een persoon.

    3. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders. Hierbij krijgen toezichthouders alleen toegang tot geanonimiseerde of gepseudonimiseerde gegevens (met een uniek nummer) en zakelijke informatie die nodig is om hun taken uit te voeren.;

    4. medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden;

    5. onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting;

    6. onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur;

    7. gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het seksbedrijf.

Artikel 3:7

Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting

  1. Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk, kan het bevoegd bestuursorgaan:

    1. tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;

    2. van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid bekend op de voet van artikel 3:42, tweede lid.

Artikel 3:7a

Intrekking van de vergunning

  1. De vergunning wordt ingetrokken als:

    1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan het bevoegde bestuursorgaan, met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen of in geval van handelen of nalaten in strijd met de bepalingen in dit hoofdstuk dan wel de aan de vergunning verbonden voorschriften, of de nadere regels als bedoeld in artikel 3:3, de vergunning intrekken.

    2. Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.

    3. Er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 en de Wet arbeid vreemdelingen.

    4. Een vergunning kan tevens worden geweigerd/ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Voordat hier toepassing aan wordt gegeven kan het bevoegde gezag het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet vragen.

    5. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;

    6. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;

    7. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14, tweede lid, 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°;

    8. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;

    9. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met i;

    10. de vergunninghouder dat verzoekt;

    11. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4;

    12. de exploitant, beheerder of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als:

    1. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;

    2. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;

    3. een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden;

    4. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c;

    5. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen;

    6. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van sekswerkers of klanten;

    7. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;

    8. er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;

    9. gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

Artikel 3:8

Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder

  1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de exploitant of beheerder bedoeld in artikel 3:4, tweede lid onder a of b in de seksinrichting aanwezig is.

  2. De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting:

    1. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; en

    2. geen sekswerk wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

Artikel 3:8a

Verlenging vergunning

Een vergunning voor een seksbedrijf kan niet worden verlengd.

Artikel 3:9

Straatsekswerk

Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, sekswerk te verrichten of aan te bieden.

Artikel 3:9a

Raamsekswerk

Het is een sekswerker verboden:

  1. zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen; en

  2. passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op te houden.

Artikel 3:11

Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke

  1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

Artikel 3:13

Weigeringsgronden

  1. De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien:

    1. de exploitant niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen;

    2. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het geldend omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan, beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening; of

    3. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

  2. Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 de vergunning bedoeld in artikel 3:4,eerste lid, worden geweigerd dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, achterwege gelaten, in het belang van:

    1. het voorkomen of beperken van overlast;

    2. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;

    3. de veiligheid van personen of goederen;

    4. de verkeersvrijheid of -veiligheid;

    5. de gezondheid of zedelijkheid;

    6. de arbeidsomstandigheden van de prostituee;

    7. niet voldaan is aan het gestelde in de nadere regels als bedoeld in artikel 3:3.

  3. Een vergunning kan tevens worden geweigerd/ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Voordat hier toepassing aan wordt gegeven kan het bevoegde gezag het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet vragen.

Artikel 3:14

Beëindiging exploitatie;

Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.

Artikel 3:15

Wijziging beheer

  1. Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.

  2. Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.

  3. In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.

Artikel 3:15a

Vervallen vergunning

De vergunning vervalt:

  1. zodra de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning vermelde ondernemer, de exploitatie van de inrichting feitelijk heeft beëindigd;

  2. er een wijziging heeft plaatsgevonden in de persoon van de ondernemer;

  3. indien er een wijziging van bouwkundige aard in de inrichting heeft plaatsgevonden;

  4. indien de inrichting naar een andere locatie wordt verplaatst.

Artikel 3:16

Verbodsbepalingen klanten

  1. Het is een klant verboden gebruik te maken van diensten van een sekswerker van wie hij/zij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de sekswerker werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een seksbedrijf is verleend.

  2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een sekswerker.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening 2026