-
Over de tijdstippen waarop de vakantie zal ingaan, alsmede over de tijdvakken waarin deze eventueel zal worden gesplitst, beslist het bevoegd gezag in goed overleg met de ambtenaar.
-
De ambtenaar heeft in elk kalenderjaar aanspraak op ten minste 21 kalenderdagen vakantie over een aaneengesloten periode.
-
Voor de aspirant wordt in elk geval tijdens onderwijsvrije periodes vakantieverlof ingeroosterd, voor zover de aspirant tijdens deze onderwijsvrije periodes geen opleiding in de praktijk kan volgen.
Inhoud
Artikel 22
Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 18-04-2026.
Deze versie geldt vanaf 18-04-2026.
18-04-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
01-11-2025
Historisch
23-09-2025
Historisch
13-05-2025
Historisch
01-04-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
14-11-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
22-06-2024
Historisch
11-05-2024
Historisch
20-01-2024
Historisch
01-01-2023
Historisch
15-09-2022
Historisch
02-08-2022
Historisch
01-08-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-04-2022
Historisch
26-03-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-12-2021
Historisch
09-03-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
23-12-2020
Historisch
05-09-2020
Historisch
01-09-2020
Historisch
13-03-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
-
Over de tijdstippen waarop de vakantie zal ingaan, alsmede over de tijdvakken waarin deze eventueel zal worden gesplitst, beslist het bevoegd gezag in goed overleg met de ambtenaar.
-
De ambtenaar heeft in elk kalenderjaar aanspraak op ten minste 21 kalenderdagen vakantie over een aaneengesloten periode.
-
Voor de aspirant wordt in elk geval tijdens onderwijsvrije periodes vakantieverlof ingeroosterd, voor zover de aspirant tijdens deze onderwijsvrije periodes geen opleiding in de praktijk kan volgen.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.