De aanspraak op vakantie vervalt met ingang van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan. Indien het voor de ambtenaar redelijkerwijs niet mogelijk is geweest om de vakantie voor het in de eerste volzin bedoelde moment op te nemen, vervalt de aanspraak op vakantie met ingang van het daarop volgende kalenderjaar.
Inhoud
Artikel 23
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 26-03-2022.
Deze versie geldt vanaf 26-03-2022.
18-04-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
01-11-2025
Historisch
23-09-2025
Historisch
13-05-2025
Historisch
01-04-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
14-11-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
22-06-2024
Historisch
11-05-2024
Historisch
20-01-2024
Historisch
01-01-2023
Historisch
15-09-2022
Historisch
02-08-2022
Historisch
01-08-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-04-2022
Historisch
26-03-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-12-2021
Historisch
09-03-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
23-12-2020
Historisch
05-09-2020
Historisch
01-09-2020
Historisch
13-03-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
De aanspraak op vakantie vervalt met ingang van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan. Indien het voor de ambtenaar redelijkerwijs niet mogelijk is geweest om de vakantie voor het in de eerste volzin bedoelde moment op te nemen, vervalt de aanspraak op vakantie met ingang van het daarop volgende kalenderjaar.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.