Besluit algemene rechtspositie politie

Inhoud

Artikel 41

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-04-2022.
  1. De ambtenaar die ouderschapsverlof geniet als bedoeld in artikel 6:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg, behoudt, in afwijking van die bepaling, over het aantal uren ouderschapsverlof van dertien maal de arbeidsduur per week 75% van zijn bezoldiging, uitgaande van zijn arbeidsduur op het tijdstip waarop het verlof aanvangt.

  2. De ambtenaar is verplicht tot terugbetaling van de met toepassing van het eerste lid uitbetaalde bezoldiging, indien hem tijdens de verlofperiode of binnen een jaar na afloop van het verlof ontslag wordt verleend op aanvraag dan wel niet op aanvraag op grond van aan de ambtenaar te wijten feiten of omstandigheden.

  3. Ontslag op aanvraag van de in artikel 2, onderdelen a en b, van de Politiewet 2012 bedoelde ambtenaar onderscheidenlijk de in artikel 2, onderdeel d, van de Politiewet 2012 bedoelde ambtenaar gevolgd door een aanstelling van betrokkene binnen vier weken als ambtenaar bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de Politiewet 2012 onderscheidenlijk ambtenaar bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b van de Politiewet 2012, wordt niet als ontslag in de zin van het tweede lid aangemerkt.

  4. Het bevoegd gezag stemt in met een verzoek om het ouderschapsverlof niet op te nemen of niet voort te zetten van de ambtenaar die als gevolg van een dienstongeval of beroepsziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. In dat geval wordt het recht op verlof opgeschort.

18-04-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-11-2025 Historisch 23-09-2025 Historisch 13-05-2025 Historisch 01-04-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 14-11-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 22-06-2024 Historisch 11-05-2024 Historisch 20-01-2024 Historisch 01-01-2023 Historisch 15-09-2022 Historisch 02-08-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 26-03-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-12-2021 Historisch 09-03-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 23-12-2020 Historisch 05-09-2020 Historisch 01-09-2020 Historisch 13-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. De ambtenaar die ouderschapsverlof geniet als bedoeld in artikel 6:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg, behoudt, in afwijking van die bepaling, over het aantal uren ouderschapsverlof van dertien maal de arbeidsduur per week 75% van zijn bezoldiging, uitgaande van zijn arbeidsduur op het tijdstip waarop het verlof aanvangt.

  2. De ambtenaar is verplicht tot terugbetaling van de met toepassing van het eerste lid uitbetaalde bezoldiging, indien hem tijdens de verlofperiode of binnen een jaar na afloop van het verlof ontslag wordt verleend op aanvraag dan wel niet op aanvraag op grond van aan de ambtenaar te wijten feiten of omstandigheden.

  3. Ontslag op aanvraag van de in artikel 2, onderdelen a en b, van de Politiewet 2012 bedoelde ambtenaar onderscheidenlijk de in artikel 2, onderdeel d, van de Politiewet 2012 bedoelde ambtenaar gevolgd door een aanstelling van betrokkene binnen vier weken als ambtenaar bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de Politiewet 2012 onderscheidenlijk ambtenaar bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b van de Politiewet 2012, wordt niet als ontslag in de zin van het tweede lid aangemerkt.

  4. Het bevoegd gezag stemt in met een verzoek om het ouderschapsverlof niet op te nemen of niet voort te zetten van de ambtenaar die als gevolg van een dienstongeval of beroepsziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. In dat geval wordt het recht op verlof opgeschort.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit algemene rechtspositie politie