Besluit algemene rechtspositie politie

Inhoud

Artikel 99l

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 23-12-2020.
  1. Degene die uiterlijk op 30 juni 2019 is aangesteld als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, is geplaatst op een functie in een vakgebied dat met ingang van inwerkingtreding van dit artikel krachtens artikel 2c, tweede lid, is aangewezen en tevens buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is, wordt voor de toepassing van de artikelen 2c, 7, tweede, vijfde, zesde en zevende lid, 10, vierde lid, en 59a geacht een politieopleiding als bedoeld in artikel 2c, tweede lid, te hebben voltooid.

  2. Op de aanstelling als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met toepassing van artikel 2c, tweede lid, van degene als bedoeld in het eerste lid blijft artikel 7, tweede lid, onderdelen c, d en e, buiten toepassing.

18-04-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-11-2025 Historisch 23-09-2025 Historisch 13-05-2025 Historisch 01-04-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 14-11-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 22-06-2024 Historisch 11-05-2024 Historisch 20-01-2024 Historisch 01-01-2023 Historisch 15-09-2022 Historisch 02-08-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 26-03-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-12-2021 Historisch 09-03-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 23-12-2020 Historisch 05-09-2020 Historisch 01-09-2020 Historisch 13-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Degene die uiterlijk op 30 juni 2019 is aangesteld als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, is geplaatst op een functie in een vakgebied dat met ingang van inwerkingtreding van dit artikel krachtens artikel 2c, tweede lid, is aangewezen en tevens buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is, wordt voor de toepassing van de artikelen 2c, 7, tweede, vijfde, zesde en zevende lid, 10, vierde lid, en 59a geacht een politieopleiding als bedoeld in artikel 2c, tweede lid, te hebben voltooid.

  2. Op de aanstelling als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met toepassing van artikel 2c, tweede lid, van degene als bedoeld in het eerste lid blijft artikel 7, tweede lid, onderdelen c, d en e, buiten toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit algemene rechtspositie politie