De rechter kan op vordering van de eigenaar van het dienende erf een erfdienstbaarheid opheffen, indien de uitoefening daarvan onmogelijk is geworden of de eigenaar van het heersende erf geen redelijk belang bij de uitoefening meer heeft, en het niet aannemelijk is dat de mogelijkheid van uitoefening of het redelijk belang daarbij zal terugkeren.
Inhoud
Artikel 79
Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-01-2024.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2024.
01-01-2024
Huidig
01-05-2023
Historisch
19-09-2018
Historisch
01-01-2018
Historisch
01-09-2017
Historisch
01-01-2014
Historisch
01-07-2011
Historisch
26-03-2008
Historisch
01-02-2007
Historisch
01-05-2005
Historisch
01-07-2004
Historisch
01-08-2003
Historisch
01-01-2002
Historisch
Tekst van deze versie
De rechter kan op vordering van de eigenaar van het dienende erf een erfdienstbaarheid opheffen, indien de uitoefening daarvan onmogelijk is geworden of de eigenaar van het heersende erf geen redelijk belang bij de uitoefening meer heeft, en het niet aannemelijk is dat de mogelijkheid van uitoefening of het redelijk belang daarbij zal terugkeren.
1 verwijzing(en)
Hoge Raad
|
28-03-2014
|
06-02-2026
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.