Burgerlijk Wetboek Boek 5

Inhoud

Artikel 90

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-01-2024.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2024.
  1. Voor zover niet in de akte van vestiging anders is bepaald, behoren vruchten die tijdens de duur der erfpacht zijn afgescheiden of opeisbaar geworden, en voordelen van roerende aard, die de zaak oplevert, aan de erfpachter.

  2. Voordelen van onroerende aard behoren aan de eigenaar toe. Zij zijn eveneens aan de erfpacht onderworpen, tenzij in de akte van vestiging anders is bepaald.

01-01-2024 Huidig 01-05-2023 Historisch 19-09-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-07-2011 Historisch 26-03-2008 Historisch 01-02-2007 Historisch 01-05-2005 Historisch 01-07-2004 Historisch 01-08-2003 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2002.

Tekst van deze versie

  1. Voor zover niet in de akte van vestiging anders is bepaald, behoren vruchten die tijdens de duur der erfpacht zijn afgescheiden of opeisbaar geworden, en voordelen van roerende aard, die de zaak oplevert, aan de erfpachter.

  2. Voordelen van onroerende aard behoren aan de eigenaar toe. Zij zijn eveneens aan de erfpacht onderworpen, tenzij in de akte van vestiging anders is bepaald.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Burgerlijk Wetboek Boek 5