-
Indien iemand ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, is die ander behalve tot vergoeding van de schade van de gekwetste zelf, ook verplicht tot vergoeding van:
de kosten die een derde anders dan krachtens een verzekering ten behoeve van de gekwetste heeft gemaakt en die deze laatste, zo hij ze zelf zou hebben gemaakt, van die ander had kunnen vorderen; en
een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag of bedragen voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat geleden door de in lid 2 genoemde naasten van de gekwetste met ernstig en blijvend letsel.
-
De naasten, bedoeld in lid 1 onder b, zijn:
de ten tijde van de gebeurtenis niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot of geregistreerde partner van de gekwetste;
de levensgezel van de gekwetste, die ten tijde van de gebeurtenis duurzaam met deze een gemeenschappelijke huishouding voert;
degene die ten tijde van de gebeurtenis de ouder van de gekwetste is;
degene die ten tijde van de gebeurtenis het kind van de gekwetste is;
degene die ten tijde van de gebeurtenis duurzaam in gezinsverband de zorg voor de gekwetste heeft;
degene voor wie de gekwetste ten tijde van de gebeurtenis duurzaam in gezinsverband de zorg heeft;
een andere persoon die in een zodanige nauwe persoonlijke relatie tot de gekwetste staat, dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat hij voor de toepassing van lid 1 onder b als naaste wordt aangemerkt.
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld waarmee nader wordt bepaald wanneer letsel als ernstig en blijvend letsel als bedoeld in lid 1 onder b wordt aangemerkt.
-
Onverminderd artikel 6, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen kunnen aanspraken van derden ter zake van als gevolg van het letsel geleden schade niet ten nadele van het recht op schadevergoeding van de gekwetste worden uitgeoefend.
-
Hij die krachtens lid 1 tot schadevergoeding wordt aangesproken kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de gekwetste ten dienste zou hebben gestaan.
Inhoud
Artikel 107
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2019.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2019.
25-06-2026
Huidig
01-07-2025
Historisch
28-06-2025
Historisch
04-02-2025
Historisch
01-10-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-07-2023
Historisch
25-06-2023
Historisch
01-05-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
28-05-2022
Historisch
01-05-2022
Historisch
27-04-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-07-2020
Historisch
21-07-2019
Historisch
01-04-2019
Historisch
01-01-2019
Historisch
19-09-2018
Historisch
01-07-2018
Historisch
01-09-2017
Historisch
01-07-2017
Historisch
10-03-2017
Historisch
10-02-2017
Historisch
01-01-2017
Historisch
31-12-2016
Historisch
01-07-2016
Historisch
19-06-2015
Historisch
01-06-2015
Historisch
01-01-2015
Historisch
01-08-2014
Historisch
13-06-2014
Historisch
01-04-2014
Historisch
01-01-2014
Historisch
16-03-2013
Historisch
01-01-2013
Historisch
01-07-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
01-12-2011
Historisch
01-10-2010
Historisch
01-07-2010
Historisch
01-01-2010
Historisch
28-12-2009
Historisch
04-11-2009
Historisch
15-10-2008
Historisch
01-07-2008
Historisch
13-06-2008
Historisch
01-06-2008
Historisch
01-02-2006
Historisch
01-01-2006
Historisch
29-12-2005
Historisch
01-10-2005
Historisch
01-07-2004
Historisch
30-06-2004
Historisch
19-05-2004
Historisch
01-05-2004
Historisch
21-05-2003
Historisch
01-01-2003
Historisch
01-12-2002
Historisch
12-04-2002
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 12-04-2002
Tekst van deze versie
-
Indien iemand ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, is die ander behalve tot vergoeding van de schade van de gekwetste zelf, ook verplicht tot vergoeding van de kosten die een derde anders dan krachtens een verzekering ten behoeve van de gekwetste heeft gemaakt en die deze laatste, zo hij ze zelf zou hebben gemaakt, van die ander had kunnen vorderen.van:
- Hijde kosten die krachtens het vorige lid door deeen derde totanders schadevergoedingdan wordtkrachtens aangesprokeneen kanverzekering hetzelfdeten verweerbehoeve voeren dat hem jegensvan de gekwetste tenheeft dienstegemaakt en die deze laatste, zo hij ze zelf zou hebben gestaan.gemaakt, van die ander had kunnen vorderen; en
- een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag of bedragen voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat geleden door de in lid 2 genoemde naasten van de gekwetste met ernstig en blijvend letsel.
-
De naasten, bedoeld in lid 1 onder b, zijn:
- de ten tijde van de gebeurtenis niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot of geregistreerde partner van de gekwetste;
- de levensgezel van de gekwetste, die ten tijde van de gebeurtenis duurzaam met deze een gemeenschappelijke huishouding voert;
- degene die ten tijde van de gebeurtenis de ouder van de gekwetste is;
- degene die ten tijde van de gebeurtenis het kind van de gekwetste is;
- degene die ten tijde van de gebeurtenis duurzaam in gezinsverband de zorg voor de gekwetste heeft;
- degene voor wie de gekwetste ten tijde van de gebeurtenis duurzaam in gezinsverband de zorg heeft;
- een andere persoon die in een zodanige nauwe persoonlijke relatie tot de gekwetste staat, dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat hij voor de toepassing van lid 1 onder b als naaste wordt aangemerkt.
- Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld waarmee nader wordt bepaald wanneer letsel als ernstig en blijvend letsel als bedoeld in lid 1 onder b wordt aangemerkt.
- Onverminderd artikel 6, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen kunnen aanspraken van derden ter zake van als gevolg van het letsel geleden schade niet ten nadele van het recht op schadevergoeding van de gekwetste worden uitgeoefend.
- Hij die krachtens lid 1 tot schadevergoeding wordt aangesproken kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de gekwetste ten dienste zou hebben gestaan.
1 verwijzing(en)
Hoge Raad
|
16-09-2014
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.