Burgerlijk Wetboek Boek 6

Inhoud

Artikel 255

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 25-06-2026.
Deze versie geldt vanaf 25-06-2026.
  1. Heeft een beding ten behoeve van een derde ten opzichte van die derde geen gevolg, dan kan degene die het beding heeft gemaakt, hetzij zichzelf, hetzij een andere derde als rechthebbende aanwijzen.

  2. Hij wordt geacht zichzelf als rechthebbende te hebben aangewezen, wanneer hem door degene van wie de prestatie is bedongen, een redelijke termijn voor de aanwijzing is gesteld en hij binnen deze termijn geen aanwijzing heeft uitgebracht.

25-06-2026 Huidig 01-07-2025 Historisch 28-06-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 25-06-2023 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 28-05-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 27-04-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2020 Historisch 21-07-2019 Historisch 01-04-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 19-09-2018 Historisch 01-07-2018 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 10-03-2017 Historisch 10-02-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 31-12-2016 Historisch 01-07-2016 Historisch 19-06-2015 Historisch 01-06-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-08-2014 Historisch 13-06-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 16-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-12-2011 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 28-12-2009 Historisch 04-11-2009 Historisch 15-10-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 13-06-2008 Historisch 01-06-2008 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 29-12-2005 Historisch 01-10-2005 Historisch 01-07-2004 Historisch 30-06-2004 Historisch 19-05-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 21-05-2003 Historisch 01-01-2003 Historisch 01-12-2002 Historisch 12-04-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 12-04-2002.

Tekst van deze versie

  1. Heeft een beding ten behoeve van een derde ten opzichte van die derde geen gevolg, dan kan degene die het beding heeft gemaakt, hetzij zichzelf, hetzij een andere derde als rechthebbende aanwijzen.

  2. Hij wordt geacht zichzelf als rechthebbende te hebben aangewezen, wanneer hem door degene van wie de prestatie is bedongen, een redelijke termijn voor de aanwijzing is gesteld en hij binnen deze termijn geen aanwijzing heeft uitgebracht.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Burgerlijk Wetboek Boek 6