Burgerlijk Wetboek Boek 6

Inhoud

Artikel 252

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 25-06-2026.
Deze versie geldt vanaf 25-06-2026.
  1. Bij een overeenkomst kan worden bedongen dat de verplichting van een der partijen om iets te dulden of niet te doen ten aanzien van een haar toebehorend registergoed, zal overgaan op degenen die het goed onder bijzondere titel zullen verkrijgen, en dat mede gebonden zullen zijn degenen die van de rechthebbende een recht tot gebruik van het goed zullen verkrijgen.

  2. Voor de werking van het in lid 1 bedoelde beding is vereist dat van de overeenkomst tussen partijen een notariële akte wordt opgemaakt, gevolgd door inschrijving daarvan in de openbare registers. Degene jegens wie de verplichting bestaat, waarop het beding betrekking heeft, moet in de akte ter zake van de inschrijving woonplaats kiezen in Nederland.

  3. Ook na inschrijving heeft het beding geen werking:

    1. jegens hen die voor de inschrijving onder bijzondere titel een recht op het goed of tot gebruik van het goed hebben verkregen;

    2. jegens een beslaglegger op het goed of een recht daarop, indien de inschrijving op het tijdstip van de inschrijving van het proces-verbaal van inbeslagneming nog niet had plaats gevonden;

    3. jegens hen die hun recht hebben verkregen van iemand die ingevolge het onder a of b bepaalde niet aan de bedongen verplichting gebonden was.

  4. Is voor de verplichting een tegenprestatie overeengekomen, dan gaat bij de overgang van de verplichting het recht op de tegenprestatie mee over, voor zover deze betrekking heeft op de periode na de overgang en ook het beding omtrent deze tegenprestatie in de registers ingeschreven is.

  5. Dit artikel is niet van toepassing op verplichtingen die een rechthebbende beperken in zijn bevoegdheid het goed te vervreemden of te bezwaren.

25-06-2026 Huidig 01-07-2025 Historisch 28-06-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 25-06-2023 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 28-05-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 27-04-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2020 Historisch 21-07-2019 Historisch 01-04-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 19-09-2018 Historisch 01-07-2018 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 10-03-2017 Historisch 10-02-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 31-12-2016 Historisch 01-07-2016 Historisch 19-06-2015 Historisch 01-06-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-08-2014 Historisch 13-06-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 16-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-12-2011 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 28-12-2009 Historisch 04-11-2009 Historisch 15-10-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 13-06-2008 Historisch 01-06-2008 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 29-12-2005 Historisch 01-10-2005 Historisch 01-07-2004 Historisch 30-06-2004 Historisch 19-05-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 21-05-2003 Historisch 01-01-2003 Historisch 01-12-2002 Historisch 12-04-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 12-04-2002.

Tekst van deze versie

  1. Bij een overeenkomst kan worden bedongen dat de verplichting van een der partijen om iets te dulden of niet te doen ten aanzien van een haar toebehorend registergoed, zal overgaan op degenen die het goed onder bijzondere titel zullen verkrijgen, en dat mede gebonden zullen zijn degenen die van de rechthebbende een recht tot gebruik van het goed zullen verkrijgen.

  2. Voor de werking van het in lid 1 bedoelde beding is vereist dat van de overeenkomst tussen partijen een notariële akte wordt opgemaakt, gevolgd door inschrijving daarvan in de openbare registers. Degene jegens wie de verplichting bestaat, waarop het beding betrekking heeft, moet in de akte ter zake van de inschrijving woonplaats kiezen in Nederland.

  3. Ook na inschrijving heeft het beding geen werking:

    1. jegens hen die voor de inschrijving onder bijzondere titel een recht op het goed of tot gebruik van het goed hebben verkregen;

    2. jegens een beslaglegger op het goed of een recht daarop, indien de inschrijving op het tijdstip van de inschrijving van het proces-verbaal van inbeslagneming nog niet had plaats gevonden;

    3. jegens hen die hun recht hebben verkregen van iemand die ingevolge het onder a of b bepaalde niet aan de bedongen verplichting gebonden was.

  4. Is voor de verplichting een tegenprestatie overeengekomen, dan gaat bij de overgang van de verplichting het recht op de tegenprestatie mee over, voor zover deze betrekking heeft op de periode na de overgang en ook het beding omtrent deze tegenprestatie in de registers ingeschreven is.

  5. Dit artikel is niet van toepassing op verplichtingen die een rechthebbende beperken in zijn bevoegdheid het goed te vervreemden of te bezwaren.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Burgerlijk Wetboek Boek 6