-
De exploitant van een boorgat is aansprakelijk voor de schade die ontstaat door uitstroming van delfstoffen als bedoeld in artikel 2 van de Wet van 21 april 1810 (Bulletin des Lois 285) als gevolg van het niet beheersen van de ondergrondse natuurkrachten die door de aanleg of bij de exploitatie van het boorgat zijn ontketend.
-
In dit artikel wordt onder exploitant van een boorgat verstaan:
de houder van een concessie als bedoeld in artikel 5 van de Wet van 21 april 1810 (Bulletin des Lois 285), van een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet opsporing delfstoffen (Stb. 1967, 258), of van een vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 2 van de Mijnwet continentaal plat (Stb. 1965, 428), die binnen het gebied waarvoor de concessie, de vergunning of de ontheffing geldt, een boorgat aanlegt of doet aanleggen dan wel een boorgat in gebruik heeft;
een ieder die, anders dan als ondergeschikte, een boorgat aanlegt of doet aanleggen dan wel een boorgat in gebruik heeft zonder dat hij houder is van een concessie, vergunning of ontheffing als bedoeld onder a, geldend voor de plaats van het boorgat, tenzij hij in opdracht van een ander handelt die houder is van een concessie, vergunning of ontheffing als vorenbedoeld dan wel, indien die ander dat niet is, hij daarmee niet bekend was of behoorde te zijn.
-
Indien na de gebeurtenis waardoor de uitstroming is ontstaan, een ander exploitant wordt van het boorgat, blijft de aansprakelijkheid voor alle schade die door uitstroming als gevolg van die gebeurtenis ontstaat, rusten op degene die ten tijde van die gebeurtenis exploitant was.
-
Indien de gebeurtenis waardoor de uitstroming is ontstaan, plaatsvindt nadat het boorgat is verlaten, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste exploitant van het boorgat was, tenzij op het tijdstip van die gebeurtenis meer dan vijf jaren waren verstreken nadat het boorgat was verlaten met inachtneming van de geldende overheidsvoorschriften.
-
Indien op de gebeurtenis waardoor de uitstroming is ontstaan, tevens een aansprakelijkheid uit artikel 173, 174 of 175 kan worden gegrond, rust die aansprakelijkheid, voor wat betreft de door die uitstroming veroorzaakte schade, op dezelfde persoon als op wie de aansprakelijkheid ter zake van het boorgat rust.
Inhoud
Artikel 177
Tekst van deze versie
-
De exploitant van een boorgat is aansprakelijk voor de schade die ontstaat door uitstroming van delfstoffen als bedoeld in artikel 2 van de Wet van 21 april 1810 (Bulletin des Lois 285) als gevolg van het niet beheersen van de ondergrondse natuurkrachten die door de aanleg of bij de exploitatie van het boorgat zijn ontketend.
-
In dit artikel wordt onder exploitant van een boorgat verstaan:
de houder van een concessie als bedoeld in artikel 5 van de Wet van 21 april 1810 (Bulletin des Lois 285), van een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet opsporing delfstoffen (Stb. 1967, 258), of van een vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 2 van de Mijnwet continentaal plat (Stb. 1965, 428), die binnen het gebied waarvoor de concessie, de vergunning of de ontheffing geldt, een boorgat aanlegt of doet aanleggen dan wel een boorgat in gebruik heeft;
een ieder die, anders dan als ondergeschikte, een boorgat aanlegt of doet aanleggen dan wel een boorgat in gebruik heeft zonder dat hij houder is van een concessie, vergunning of ontheffing als bedoeld onder a, geldend voor de plaats van het boorgat, tenzij hij in opdracht van een ander handelt die houder is van een concessie, vergunning of ontheffing als vorenbedoeld dan wel, indien die ander dat niet is, hij daarmee niet bekend was of behoorde te zijn.
-
Indien na de gebeurtenis waardoor de uitstroming is ontstaan, een ander exploitant wordt van het boorgat, blijft de aansprakelijkheid voor alle schade die door uitstroming als gevolg van die gebeurtenis ontstaat, rusten op degene die ten tijde van die gebeurtenis exploitant was.
-
Indien de gebeurtenis waardoor de uitstroming is ontstaan, plaatsvindt nadat het boorgat is verlaten, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste exploitant van het boorgat was, tenzij op het tijdstip van die gebeurtenis meer dan vijf jaren waren verstreken nadat het boorgat was verlaten met inachtneming van de geldende overheidsvoorschriften.
-
Indien op de gebeurtenis waardoor de uitstroming is ontstaan, tevens een aansprakelijkheid uit artikel 173, 174 of 175 kan worden gegrond, rust die aansprakelijkheid, voor wat betreft de door die uitstroming veroorzaakte schade, op dezelfde persoon als op wie de aansprakelijkheid ter zake van het boorgat rust.
Nog geen automatische verwijzingen.