Burgerlijk Wetboek Boek 6

Inhoud

Artikel 177

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-12-2002.
  1. De exploitant van een boorgat is aansprakelijk voor de schade die ontstaat door uitstroming van delfstoffen als bedoeld in artikel 2 van de Wet van 21 april 1810 (Bulletin des Lois 285) als gevolg van het niet beheersen van de ondergrondse natuurkrachten die door de aanleg of bij de exploitatie van het boorgat zijn ontketend.

  2. In dit artikel wordt onder exploitant van een boorgat verstaan:

    1. de houder van een concessie als bedoeld in artikel 5 van de Wet van 21 april 1810 (Bulletin des Lois 285), van een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet opsporing delfstoffen (Stb. 1967, 258), of van een vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 2 van de Mijnwet continentaal plat (Stb. 1965, 428), die binnen het gebied waarvoor de concessie, de vergunning of de ontheffing geldt, een boorgat aanlegt of doet aanleggen dan wel een boorgat in gebruik heeft;

    2. een ieder die, anders dan als ondergeschikte, een boorgat aanlegt of doet aanleggen dan wel een boorgat in gebruik heeft zonder dat hij houder is van een concessie, vergunning of ontheffing als bedoeld onder a, geldend voor de plaats van het boorgat, tenzij hij in opdracht van een ander handelt die houder is van een concessie, vergunning of ontheffing als vorenbedoeld dan wel, indien die ander dat niet is, hij daarmee niet bekend was of behoorde te zijn.

  3. Indien na de gebeurtenis waardoor de uitstroming is ontstaan, een ander exploitant wordt van het boorgat, blijft de aansprakelijkheid voor alle schade die door uitstroming als gevolg van die gebeurtenis ontstaat, rusten op degene die ten tijde van die gebeurtenis exploitant was.

  4. Indien de gebeurtenis waardoor de uitstroming is ontstaan, plaatsvindt nadat het boorgat is verlaten, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste exploitant van het boorgat was, tenzij op het tijdstip van die gebeurtenis meer dan vijf jaren waren verstreken nadat het boorgat was verlaten met inachtneming van de geldende overheidsvoorschriften.

  5. Indien op de gebeurtenis waardoor de uitstroming is ontstaan, tevens een aansprakelijkheid uit artikel 173, 174 of 175 kan worden gegrond, rust die aansprakelijkheid, voor wat betreft de door die uitstroming veroorzaakte schade, op dezelfde persoon als op wie de aansprakelijkheid ter zake van het boorgat rust.

25-06-2026 Huidig 01-07-2025 Historisch 28-06-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 25-06-2023 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 28-05-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 27-04-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2020 Historisch 21-07-2019 Historisch 01-04-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 19-09-2018 Historisch 01-07-2018 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 10-03-2017 Historisch 10-02-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 31-12-2016 Historisch 01-07-2016 Historisch 19-06-2015 Historisch 01-06-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-08-2014 Historisch 13-06-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 16-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-12-2011 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 28-12-2009 Historisch 04-11-2009 Historisch 15-10-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 13-06-2008 Historisch 01-06-2008 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 29-12-2005 Historisch 01-10-2005 Historisch 01-07-2004 Historisch 30-06-2004 Historisch 19-05-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 21-05-2003 Historisch 01-01-2003 Historisch 01-12-2002 Historisch 12-04-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 12-04-2002.

Tekst van deze versie

  1. De exploitant van een boorgat is aansprakelijk voor de schade die ontstaat door uitstroming van delfstoffen als bedoeld in artikel 2 van de Wet van 21 april 1810 (Bulletin des Lois 285) als gevolg van het niet beheersen van de ondergrondse natuurkrachten die door de aanleg of bij de exploitatie van het boorgat zijn ontketend.

  2. In dit artikel wordt onder exploitant van een boorgat verstaan:

    1. de houder van een concessie als bedoeld in artikel 5 van de Wet van 21 april 1810 (Bulletin des Lois 285), van een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet opsporing delfstoffen (Stb. 1967, 258), of van een vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 2 van de Mijnwet continentaal plat (Stb. 1965, 428), die binnen het gebied waarvoor de concessie, de vergunning of de ontheffing geldt, een boorgat aanlegt of doet aanleggen dan wel een boorgat in gebruik heeft;

    2. een ieder die, anders dan als ondergeschikte, een boorgat aanlegt of doet aanleggen dan wel een boorgat in gebruik heeft zonder dat hij houder is van een concessie, vergunning of ontheffing als bedoeld onder a, geldend voor de plaats van het boorgat, tenzij hij in opdracht van een ander handelt die houder is van een concessie, vergunning of ontheffing als vorenbedoeld dan wel, indien die ander dat niet is, hij daarmee niet bekend was of behoorde te zijn.

  3. Indien na de gebeurtenis waardoor de uitstroming is ontstaan, een ander exploitant wordt van het boorgat, blijft de aansprakelijkheid voor alle schade die door uitstroming als gevolg van die gebeurtenis ontstaat, rusten op degene die ten tijde van die gebeurtenis exploitant was.

  4. Indien de gebeurtenis waardoor de uitstroming is ontstaan, plaatsvindt nadat het boorgat is verlaten, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste exploitant van het boorgat was, tenzij op het tijdstip van die gebeurtenis meer dan vijf jaren waren verstreken nadat het boorgat was verlaten met inachtneming van de geldende overheidsvoorschriften.

  5. Indien op de gebeurtenis waardoor de uitstroming is ontstaan, tevens een aansprakelijkheid uit artikel 173, 174 of 175 kan worden gegrond, rust die aansprakelijkheid, voor wat betreft de door die uitstroming veroorzaakte schade, op dezelfde persoon als op wie de aansprakelijkheid ter zake van het boorgat rust.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Burgerlijk Wetboek Boek 6