Burgerlijk Wetboek Boek 6

Inhoud

Artikel 177

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2003.
  1. De exploitant van een mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 1, onderdeel n, van de Mijnbouwwet is aansprakelijk voor de schade die ontstaat door:

    1. uitstroming van delfstoffen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Mijnbouwwet als gevolg van het niet beheersen van de ondergrondse natuurkrachten die door de aanleg of bij de exploitatie van het werk zijn ontketend;

    2. beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van dat werk.

  2. In dit artikel wordt onder exploitant van een mijnbouwwerk verstaan:

    1. de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 6 of 25 van de Mijnbouwwet, die een mijnbouwwerk aanlegt of doet aanleggen dan wel in gebruik heeft;

    2. een ieder die, anders dan als ondergeschikte, een mijnbouwwerk aanlegt of doet aanleggen dan wel in gebruik heeft zonder dat hij houder is van een vergunning als bedoeld in onderdeel a, tenzij hij in opdracht van een ander handelt die houder is van een vergunning als vorenbedoeld dan wel, indien die ander dat niet is, hij daarmee niet bekend was of behoorde te zijn.

  3. Voor schade door uitstroming van delfstoffen is aansprakelijk degene die ten tijde van de gebeurtenis waardoor de uitstroming plaatsvindt, exploitant van een mijnbouwwerk is. Indien na deze gebeurtenis een ander exploitant wordt van het mijnbouwwerk, blijft de aansprakelijkheid voor deze schade rusten op degene die ten tijde van die gebeurtenis exploitant was. Indien de gebeurtenis plaatsvindt nadat het mijnbouwwerk is verlaten, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste exploitant van het werk was, tenzij op het tijdstip van die gebeurtenis meer dan vijf jaren waren verstreken nadat het werk was verlaten met inachtneming van de geldende overheidsvoorschriften.

  4. Voor schade door beweging van de bodem is aansprakelijk degene die ten tijde van het bekend worden van deze schade exploitant is. Indien na het bekend worden een ander exploitant wordt, blijft de aansprakelijkheid rusten op degene die ten tijde van dit bekend worden exploitant was. Indien deze schade bekend wordt na sluiting van het mijnbouwwerk, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste exploitant was.

  5. Indien op de gebeurtenis waardoor de uitstroming of de beweging van de bodem is ontstaan, tevens een aansprakelijkheid uit artikel 173, 174 of 175 kan worden gegrond, rust die aansprakelijkheid, wat betreft de door die uitstroming of beweging van de bodem veroorzaakte schade, op dezelfde persoon als op wie de aansprakelijkheid ter zake van het mijnbouwwerk rust.

25-06-2026 Huidig 01-07-2025 Historisch 28-06-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 25-06-2023 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 28-05-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 27-04-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2020 Historisch 21-07-2019 Historisch 01-04-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 19-09-2018 Historisch 01-07-2018 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 10-03-2017 Historisch 10-02-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 31-12-2016 Historisch 01-07-2016 Historisch 19-06-2015 Historisch 01-06-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-08-2014 Historisch 13-06-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 16-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-12-2011 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 28-12-2009 Historisch 04-11-2009 Historisch 15-10-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 13-06-2008 Historisch 01-06-2008 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 29-12-2005 Historisch 01-10-2005 Historisch 01-07-2004 Historisch 30-06-2004 Historisch 19-05-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 21-05-2003 Historisch 01-01-2003 Historisch 01-12-2002 Historisch 12-04-2002 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 12-04-2002

Tekst van deze versie

  1. De exploitant van een boorgatmijnbouwwerk als bedoeld in artikel 1, onderdeel n, van de Mijnbouwwet is aansprakelijk voor de schade die ontstaat door uitstroming van delfstoffen als bedoeld in artikel 2 van de Wet van 21 april 1810 (Bulletin des Lois 285) als gevolg van het niet beheersen van de ondergrondse natuurkrachten die door de aanleg of bij de exploitatie van het boorgat zijn ontketend.door:

    1. Inuitstroming ditvan delfstoffen als bedoeld in artikel wordt1, onderonderdeel exploitanta, van eende boorgatMijnbouwwet verstaan:als gevolg van het niet beheersen van de ondergrondse natuurkrachten die door de aanleg of bij de exploitatie van het werk zijn ontketend;
    2. de houder van een concessie als bedoeld in artikel 5beweging van de Wet van 21 april 1810 (Bulletin des Lois 285), van een vergunningbodem als bedoeld in artikel 2gevolg van de Wet opsporing delfstoffen (Stb. 1967, 258), of van een vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 2 van de Mijnwet continentaal plat (Stb. 1965, 428), die binnen het gebied waarvoor de concessie, de vergunningaanleg of de ontheffingexploitatie geldt,van eendat boorgat aanlegt of doet aanleggen dan wel een boorgat in gebruik heeft;werk.
  2. eenIn iederdit die,artikel anderswordt danonder als ondergeschikte, een boorgat aanlegt of doet aanleggen dan wel een boorgat in gebruik heeft zonder dat hij houder isexploitant van een concessie,mijnbouwwerk vergunning of ontheffing als bedoeld onder a, geldend voor de plaats van het boorgat, tenzij hij in opdracht van een ander handelt die houder is van een concessie, vergunning of ontheffing als vorenbedoeld dan wel, indien die ander dat niet is, hij daarmee niet bekend was of behoorde te zijn.verstaan:

    1. Indiende nahouder van een vergunning als bedoeld in artikel 6 of 25 van de gebeurtenisMijnbouwwet, waardoor de uitstroming is ontstaan,die een andermijnbouwwerk exploitantaanlegt wordtof vandoet hetaanleggen boorgat,dan blijftwel dein aansprakelijkheidgebruik voor alle schade die door uitstroming als gevolg van die gebeurtenis ontstaat, rusten op degene die ten tijde van die gebeurtenis exploitant was.heeft;
    2. Indieneen deieder gebeurtenisdie, waardooranders dedan uitstromingals ondergeschikte, een mijnbouwwerk aanlegt of doet aanleggen dan wel in gebruik heeft zonder dat hij houder is ontstaan,van plaatsvindteen nadatvergunning hetals boorgatbedoeld in onderdeel a, tenzij hij in opdracht van een ander handelt die houder is verlaten,van rusteen devergunning aansprakelijkheidals opvorenbedoeld degenedan wel, indien die deander laatstedat exploitantniet vanis, hethij boorgatdaarmee was,niet tenzij op het tijdstip van die gebeurtenis meer dan vijf jaren waren verstreken nadat het boorgatbekend was verlatenof metbehoorde inachtnemingte van de geldende overheidsvoorschriften.zijn.
  3. IndienVoor opschade door uitstroming van delfstoffen is aansprakelijk degene die ten tijde van de gebeurtenis waardoor de uitstroming isplaatsvindt, ontstaan,exploitant tevensvan een aansprakelijkheidmijnbouwwerk uitis. artikelIndien 173,na 174deze ofgebeurtenis 175een kanander wordenexploitant gegrond,wordt rustvan diehet aansprakelijkheid,mijnbouwwerk, voor wat betreft de door die uitstroming veroorzaakte schade, op dezelfde persoon als op wieblijft de aansprakelijkheid tervoor zakedeze schade rusten op degene die ten tijde van die gebeurtenis exploitant was. Indien de gebeurtenis plaatsvindt nadat het mijnbouwwerk is verlaten, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste exploitant van het boorgatwerk rust.was, tenzij op het tijdstip van die gebeurtenis meer dan vijf jaren waren verstreken nadat het werk was verlaten met inachtneming van de geldende overheidsvoorschriften.
  4. Voor schade door beweging van de bodem is aansprakelijk degene die ten tijde van het bekend worden van deze schade exploitant is. Indien na het bekend worden een ander exploitant wordt, blijft de aansprakelijkheid rusten op degene die ten tijde van dit bekend worden exploitant was. Indien deze schade bekend wordt na sluiting van het mijnbouwwerk, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste exploitant was.
  5. Indien op de gebeurtenis waardoor de uitstroming of de beweging van de bodem is ontstaan, tevens een aansprakelijkheid uit artikel 173, 174 of 175 kan worden gegrond, rust die aansprakelijkheid, wat betreft de door die uitstroming of beweging van de bodem veroorzaakte schade, op dezelfde persoon als op wie de aansprakelijkheid ter zake van het mijnbouwwerk rust.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Burgerlijk Wetboek Boek 6