-
De exploitant van een mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 1, onderdeel n, van de Mijnbouwwet is aansprakelijk voor de schade die ontstaat door:
uitstroming van delfstoffen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Mijnbouwwet als gevolg van het niet beheersen van de ondergrondse natuurkrachten die door de aanleg of bij de exploitatie van het werk zijn ontketend;
beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van dat werk.
-
In dit artikel wordt onder exploitant van een mijnbouwwerk verstaan:
de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 6 of 25 van de Mijnbouwwet, die een mijnbouwwerk aanlegt of doet aanleggen dan wel in gebruik heeft;
een ieder die, anders dan als ondergeschikte, een mijnbouwwerk aanlegt of doet aanleggen dan wel in gebruik heeft zonder dat hij houder is van een vergunning als bedoeld in onderdeel a, tenzij hij in opdracht van een ander handelt die houder is van een vergunning als vorenbedoeld dan wel, indien die ander dat niet is, hij daarmee niet bekend was of behoorde te zijn.
-
Voor schade door uitstroming van delfstoffen is aansprakelijk degene die ten tijde van de gebeurtenis waardoor de uitstroming plaatsvindt, exploitant van een mijnbouwwerk is. Indien na deze gebeurtenis een ander exploitant wordt van het mijnbouwwerk, blijft de aansprakelijkheid voor deze schade rusten op degene die ten tijde van die gebeurtenis exploitant was. Indien de gebeurtenis plaatsvindt nadat het mijnbouwwerk is verlaten, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste exploitant van het werk was, tenzij op het tijdstip van die gebeurtenis meer dan vijf jaren waren verstreken nadat het werk was verlaten met inachtneming van de geldende overheidsvoorschriften.
-
Voor schade door beweging van de bodem is aansprakelijk degene die ten tijde van het bekend worden van deze schade exploitant is. Indien na het bekend worden een ander exploitant wordt, blijft de aansprakelijkheid rusten op degene die ten tijde van dit bekend worden exploitant was. Indien deze schade bekend wordt na sluiting van het mijnbouwwerk, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste exploitant was.
-
Indien op de gebeurtenis waardoor de uitstroming of de beweging van de bodem is ontstaan, tevens een aansprakelijkheid uit artikel 173, 174 of 175 kan worden gegrond, rust die aansprakelijkheid, wat betreft de door die uitstroming of beweging van de bodem veroorzaakte schade, op dezelfde persoon als op wie de aansprakelijkheid ter zake van het mijnbouwwerk rust.
Inhoud
Artikel 177
Vergelijking met vorige versie
Tekst van deze versie
-
De exploitant van een boorgatmijnbouwwerk als bedoeld in artikel 1, onderdeel n, van de Mijnbouwwet is aansprakelijk voor de schade die ontstaat door uitstroming van delfstoffen als bedoeld in artikel 2 van de Wet van 21 april 1810 (Bulletin des Lois 285) als gevolg van het niet beheersen van de ondergrondse natuurkrachten die door de aanleg of bij de exploitatie van het boorgat zijn ontketend.door:
- Inuitstroming ditvan delfstoffen als bedoeld in artikel wordt1, onderonderdeel exploitanta, van eende boorgatMijnbouwwet verstaan:als gevolg van het niet beheersen van de ondergrondse natuurkrachten die door de aanleg of bij de exploitatie van het werk zijn ontketend;
- de houder van een concessie als bedoeld in artikel 5beweging van de Wet van 21 april 1810 (Bulletin des Lois 285), van een vergunningbodem als bedoeld in artikel 2gevolg van de Wet opsporing delfstoffen (Stb. 1967, 258), of van een vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 2 van de Mijnwet continentaal plat (Stb. 1965, 428), die binnen het gebied waarvoor de concessie, de vergunningaanleg of de ontheffingexploitatie geldt,van eendat boorgat aanlegt of doet aanleggen dan wel een boorgat in gebruik heeft;werk.
-
eenIn iederdit die,artikel anderswordt danonder als ondergeschikte, een boorgat aanlegt of doet aanleggen dan wel een boorgat in gebruik heeft zonder dat hij houder isexploitant van een concessie,mijnbouwwerk vergunning of ontheffing als bedoeld onder a, geldend voor de plaats van het boorgat, tenzij hij in opdracht van een ander handelt die houder is van een concessie, vergunning of ontheffing als vorenbedoeld dan wel, indien die ander dat niet is, hij daarmee niet bekend was of behoorde te zijn.verstaan:
- Indiende nahouder van een vergunning als bedoeld in artikel 6 of 25 van de gebeurtenisMijnbouwwet, waardoor de uitstroming is ontstaan,die een andermijnbouwwerk exploitantaanlegt wordtof vandoet hetaanleggen boorgat,dan blijftwel dein aansprakelijkheidgebruik voor alle schade die door uitstroming als gevolg van die gebeurtenis ontstaat, rusten op degene die ten tijde van die gebeurtenis exploitant was.heeft;
- Indieneen deieder gebeurtenisdie, waardooranders dedan uitstromingals ondergeschikte, een mijnbouwwerk aanlegt of doet aanleggen dan wel in gebruik heeft zonder dat hij houder is ontstaan,van plaatsvindteen nadatvergunning hetals boorgatbedoeld in onderdeel a, tenzij hij in opdracht van een ander handelt die houder is verlaten,van rusteen devergunning aansprakelijkheidals opvorenbedoeld degenedan wel, indien die deander laatstedat exploitantniet vanis, hethij boorgatdaarmee was,niet tenzij op het tijdstip van die gebeurtenis meer dan vijf jaren waren verstreken nadat het boorgatbekend was verlatenof metbehoorde inachtnemingte van de geldende overheidsvoorschriften.zijn.
- IndienVoor opschade door uitstroming van delfstoffen is aansprakelijk degene die ten tijde van de gebeurtenis waardoor de uitstroming isplaatsvindt, ontstaan,exploitant tevensvan een aansprakelijkheidmijnbouwwerk uitis. artikelIndien 173,na 174deze ofgebeurtenis 175een kanander wordenexploitant gegrond,wordt rustvan diehet aansprakelijkheid,mijnbouwwerk, voor wat betreft de door die uitstroming veroorzaakte schade, op dezelfde persoon als op wieblijft de aansprakelijkheid tervoor zakedeze schade rusten op degene die ten tijde van die gebeurtenis exploitant was. Indien de gebeurtenis plaatsvindt nadat het mijnbouwwerk is verlaten, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste exploitant van het boorgatwerk rust.was, tenzij op het tijdstip van die gebeurtenis meer dan vijf jaren waren verstreken nadat het werk was verlaten met inachtneming van de geldende overheidsvoorschriften.
- Voor schade door beweging van de bodem is aansprakelijk degene die ten tijde van het bekend worden van deze schade exploitant is. Indien na het bekend worden een ander exploitant wordt, blijft de aansprakelijkheid rusten op degene die ten tijde van dit bekend worden exploitant was. Indien deze schade bekend wordt na sluiting van het mijnbouwwerk, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste exploitant was.
- Indien op de gebeurtenis waardoor de uitstroming of de beweging van de bodem is ontstaan, tevens een aansprakelijkheid uit artikel 173, 174 of 175 kan worden gegrond, rust die aansprakelijkheid, wat betreft de door die uitstroming of beweging van de bodem veroorzaakte schade, op dezelfde persoon als op wie de aansprakelijkheid ter zake van het mijnbouwwerk rust.
Nog geen automatische verwijzingen.